De eilanden van de Nederlandse Antillen willen een andere staatkundige verhouding met Nederland. De Nederlandse Antillen is een kunstmatig in het leven geroepen land dat er toe heeft geleid dat de grote eilanden elkaars bloed wel kunnen drinken. Vroeger was er vooral de rivaliteit tussen Aruba en Curacao. Nadat Aruba op 1 januari 1986 de autonome status kreeg bekvechten Curacao en Sint Maarten met elkaar, vooral over financien.
De kleine eilanden Saba, Sint Eustatius en Bonaire prefereren directe banden met Nederland. Sint Maarten en Curacao willen een Status Aparte vergelijkbaar met Aruba. De bevolking van deze eilanden wil een gelijkwaardigere positie ten opzichte van Nederland. Het koloniale verleden drukt nog steeds, of men dat terecht vindt of niet. Het is een gegeven.
Op 8 april 2005 vond op Curacao een referendum (Dossier Referendum Curacao) plaats over de gewenste staatkundige verhouding. Ook op de andere eilanden werd een soortgelijk referendum gehouden. Enige belangstelling van Nederlandse kant was op zijn plaats geweest.
Van die belangstelling was echter niets te merken. En dat terwijl alle opties waarvoor gekozen kon worden Nederland direct raakten. Niemand in het koude kikkerland voelde zich echter geroepen om een standpunt in te nemen. Het referendum enige maanden later over de Europese Grondwet hield de gemoederen meer bezig.
Op 3 maart 2005 heb ik een groot aantal Nederlandse politici aangeschreven met een aantal concrete vragen wat er zou gebeuren als Curacao en/of de andere eilanden voor een bepaalde optie kozen. De response was minimaal. De antwoorden die wel kwamen luidden allen ongeveer als volgt: "Wij willen niet op het referendum vooruitlopen om het verloop niet te beïnvloeden."
Lees: "Wat jullie daar doen moeten jullie helemaal zelf weten, het interesseert ons werkelijk geen drol. We hebben wel belangrijkere zaken aan ons hoofd."
Sint Maarten en Curacao kozen zoals verwacht voor autonomie in de vorm van een Status Aparte. Enthousiast begonnen de eilanden zaken voor te bereiden. Men trachtte alle probleemgebieden in kaart te brengen. Instituten als bijvoorbeeld de Universiteit vormen onderdeel van het Land de Nederlandse Antillen. Hoe dient daarmee om te worden gegaan na ontbinding van dit land? Dan is daar de munteenheid, het ziekenhuis, Justitie en niet in de laatste plaats... De Schuld. Pak hem beet 180.000 mensen die € 2.4 miljard in het krijt staan rechtvaardigen het gebruik van hoofdletters.
Van Nederlandse kant bleef het ook na het referendum erg stil. Ik heb er al een paar keer over geschreven, over de Tweede-Kamercommissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, een legioen van 26 vaste en 28 plaatsvervangende leden. Wat doen die mensen?
Een op handen zijnde staatkundige aardverschuiving moet voldoende aanleiding zijn om de complete commissie bijeen te roepen en eens een aantal avonden flink door te halen. Inventariseren, spreken met belanghebbenden in Nederland en op de eilanden en een mooi rapport uit de grond stampen. Niets van dit alles. Deze commissie met gerenommeerde leden uit alle partijen voert geen klap uit, ik merk er in ieder geval niets van.
Op 3 september 2005 hoorde ik Wim van Fessem van het CDA, een gewoon lid van de commissie, op Radio Hoyer. Volgens Wim moeten de Antillen niet zo hard van stapel lopen. Eerst moet de economie maar eens op peil worden gebracht. De man ging volkomen voorbij aan waarvoor op de eilanden was gekozen. Een zeldzaam staaltje van minachting. Een citaat: "Ach, het volk wil banen, het volk wil welvaart. Of dat nu in autonomie is of iets anders."
Eind november 2005 vond de Start-Ronde Tafel Conferentie (Start-RTC) plaats op Curacao. Voor Nederland waren minister-president Balkenende en minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties Alexander Pechtold aanwezig. De besprekingen waren verrassend constructief en werden op de eilanden positief ontvangen. Ik moet eerlijk zeggen dat het de eerste keer was dat ik een zekere waardering voor de inzet van Pechtold had, ja sorry.
De vreugde was niet van lange duur. Op de Antillen heerste de opvatting dat een van de conclusies van de Start-RTC was dat Nederland voor een oplossing van de staatsschuld van € 2.4 miljard zorgt. Dat is ook de enige reële optie, immers de eilanden zijn nooit en te nimmer in staat deze schuld af te lossen. Dit wil overigens niet zeggen dat Nederland de schuld zomaar moet kwijtschelden. Er zijn ook andere manieren en bovendien dienen de eilanden een zeker toezicht en controle te accepteren.
Door deze toezegging werd in Nederland ineens een aantal kamerleden wakker, immers dit kon wel eens geld gaan kosten. De vraag is of de toezegging is gedaan dat Nederland de schuld oplost dan wel overneemt. Plotseling wordt de discussie (bewust?) vertroebeld met allerlei zaken die formeel niets te maken hebben met een nieuwe staatkundige structuur.
Neem de door minister Verdonk bedachte terugkeerregeling voor criminele jeugdige Antillianen. Of de te hoge pensioenen die Antilliaanse politici zich in het verleden hebben toebedeeld. En het feit dat een andere staatkundige structuur de problemen van de Antillen niet oplost.
Mijn advies is: draai het eens om! Werk constructief mee aan de door de afzonderlijke eilanden gewenste structuur. Het is iets onvermijdelijks en in plaats van meer afschuw bouwt men credits op bij de plaatselijke bevolking. Tevens kan men afscheid nemen van de vermaledijde dubbele bestuurslaag (Land en Eiland), hetgeen enerzijds direct geld bespaart en anderzijds het verspreiden van capaciteit (capabele bestuurders) tegengaat. Het klinkt paradoxaal, maar Nederlandse steun bij het losser maken van de banden leidt tot enorm veel meer goodwill op de eilanden.
Minister Pechtold bevindt zich in een bijzonder moeilijke situatie. Eind maart is er wederom een Ronde Tafel Conferentie (RTC), ditmaal op Sint Maarten. Om te voorkomen dat Pechtold ongewenste toezeggingen doet hebben Eerste en Tweede Kamer hem de handen stevig op de rug gebonden. De vraag is wat er op deze RTC nog beslist kan worden. Dit geldt des te meer voor Sint Maarten. De regeringspartijen CDA en VVD en oppositiepartij PvdA zijn opmerkelijk eensgezind dat een Status Aparte voor Sint Maarten met zijn 32.000 inwoners moet worden afgewezen.
Tot slot, ook Pechtold ziet dat de Antillen in Nederland een non-issue zijn maar hij houdt moed: "Bestuurlijke vernieuwing krijgt aandacht, de grote steden en hun energieke inwoners ook, maar de Antillen en Aruba (mijn en uw Koninkrijksrelaties) willen maar moeizaam de Nederlandse pers – en daarmee de Nederlandse huiskamer - halen. Maar dat komt wel, straks als de resultaten en vernieuwingen tastbaar worden in dat andere deel van het koninkrijk." (Bron: Weblog Alexander Pechtold)