Woensdagmiddag belde Lucy me enigszins ongerust op mijn werk. "Luchiano (10) is gaan voetballen, ik heb geen idee waar, een jongen heeft hem opgehaald."
- "Hij komt wel terug, we kunnen nu toch niets doen", probeerde ik haar en mezelf gerust te stellen.
Toen ik om 17:15 thuiskwam was Luchiano er nog steeds niet. Hij had met de KBS Sint Jozef een voetbaltournooi. Ik besloot de school te bellen en hoorde van schoolhoofd Cor Zijlmans dat het tournooi werd gehouden op de velden van vv Rijen in Sportpark Vijf Eiken.
Het schoolhoofd was hulpvaardig en belde een van de docenten die met de kinderen mee was gegaan. Deze wist te vertellen dat de wedstrijden waren uitgelopen. Ik programmeerde de TomTom en reed erheen.
Op de twee hoofdvelden speurde ik naar de zwarte krullen van Luchiano, tevergeefs. In de kantine was hij ook al niet. "Speelt de Sint Jozefschool nog?", vroeg ik in het kamertje waar de organisatie zich schuil hield. "Ja, die zijn bezig op de achterste velden", zei een man. Snel beende ik er naartoe. De wedstrijd was net afgelopen en daar zag ik Luchiano staan, naast het doel.
"Hey swa", begroette ik hem, "alles kits?" Zijn mond zei ja en zijn ogen nee. Half huilend vertelde hij dat hij een bal hard en recht op zijn duim had gekregen. De duim van zijn rechterhand was dikker en Luchiano kon hem moeilijk bewegen. "Oen!", zei ik tegen hem met in gedachten een eerder bezoek aan het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven voor zijn schouder en een ander aan een noodarts voor dezelfde duim.
Ik vroeg mij af hoe hij in vredesnaam in de kou met zijn kleine fietsje naar huis had moeten komen. Afijn, dat probleem was nu opgelost. Thuis hielden we de duim in de gaten, het ging niet vooruit en niet achteruit.
Donderdagochtend belde Lucy weer op mijn werk. De duim van Luchiano was nog steeds dik, deed pijn en begon blauw te worden. Ik belde onze huisarts waar we om tien uur terecht konden. Snel maar me wel keurig aan de verkeersregels houdend reed ik van Den Bosch naar Rijen.
Huisarts dokter Fleerakkers is met zwangerschapsverlof en wordt vervangen door een andere vrouw. "Jongetje Spider", riep zij in de wachtkamer om. Kennelijk is Luchiano's voornaam niet doorgedrongen tot de administratie van de huisartsenpraktijk. Later zag ik dat er meer niet klopte, zoals onze postcode.
De dokter was vriendelijk en bekeek de duim van Luchiano nauwgezet. Zij drukte hier en daar waarbij Luchiano duidelijk veel pijn had. "Waarschijnlijk is de duim flink gekneusd", luidde haar conclusie. "Je moet je duim zoveel mogelijk omhoog houden", zei ze erbij. "O ja, het kan ongeveer zes weken duren."
"Zes weken?!?", riep ik ongelovig uit. "In dat geval wil ik toch graag zeker weten of de duim niet gebroken is. Straks heeft die arme jongen zes weken zijn duim omhoog gehouden en blijkt hij alsnog gebroken te zijn."
Hier deed de dokter gelukkig niet moeilijk over. "Als u wilt schrijf ik een verwijzing voor het ziekenhuis om foto's te laten maken. Maar ik denk dat hij echt alleen gekneusd is." Wie weleens naar het programma Missers kijkt weet dat enige vasthoudendheid soms levensreddend kan zijn. In de laatste uitzending speelde Ramon Stoppelenburg de rol van een pissige co-assistent die bijna een oudere dame liet doodbloeden.
Vanuit de auto belde ik de Röntgenafdeling van het Amphia ziekenhuis in Oosterhout. Voordat de receptioniste een afspraak kon maken moest Luchiano ingeschreven worden. Na wat heen en weer doorverbinden en diverse malen zijn geboortedatum noemen konden we al om elf uur terecht voor de foto's.
In de wachtkamer begon Luchiano hem te knijpen. "Doen die foto's pijn?" "Neen jongen, een foto maken doet geen pijn." Het was zo gepiept. Even later was daar de uitslag: "Ja, je duim is wel degelijk gebroken. Er zit een barstje in. Je gaat nu naar de afdeling Spoedeisende Hulp waar een dokter er naar kijkt en bepaalt hoe het behandeld wordt."
Luchiano herinnert zich nog goed wat voor geluiden ik uitbracht toen mijn gebroken pols gezet moest worden. Er biggelde een traan. Gelukkig is het een mooie breuk en hoefde er alleen gips omheen, voor slechts vier weken. Op weg naar de gipskamer klonk het nummer Everybody has to learn sometime van The Korgis. "Dat dit lied precies nu moet spelen, ik haat het!", zei Luchiano.
Een ietwat (met respect) oudere dame legde het gipsverband aan en knipte een mooi draagverbandje bij elkaar. Luchiano was weer helemaal het mannetje en zei zelfs enkele malen dat hij toch zo'n geluk had. Achteraf was dat ook zo. Om kwart voor twaalf waren we weer thuis en aten een paar pannenkoeken met basterdsuiker.