Het is koud 's morgens vroeg, maar niet zo koud als eerder die week. Als ik mijn spullen bij mijn werkplek op de tweede verdieping bij Brabant Water in 's-Hertogenbosch heb gedeponeerd is het tijd voor koffie. Er zijn meer mensen met zin in koffie, bij de automaat staan Martin en Joline.
"Goedemorgen, collega's!", roep ik vrolijk.
"Goedemorgen, maar dat collega's vind ik wel een beetje onpersoonlijk", zegt Martin.
"Goedemorgen, mannelijke en vrouwelijke collega", probeer ik het geheel een persoonlijker tintje te geven.
"Dat vind ik nog steeds onpersoonlijk, hoor", zegt Martin die graag dubbeltjes op laag water zoekt.
"Hallo, mannelijke collega uit Made en vrouwelijke collega uit...", begin ik maar weet even niet waar Joline woont.
"Kijk, nu weet hij niet waar jij vandaan komt", zegt Martin.
"Ik ben begonnen in Zwolle, toen Rijen en...", zegt Joline.
"Wat? Heb jij in Rijen gewoond?", vraag ik aan haar aangezien Rijen sedert 6 november 2007 mijn woonplaats is.
"Ja, daar heb ik twintig jaar van mijn jeugd verpest", zegt Joline.
Voor we het weten zijn we een kwartier in gesprek over Rijen en over haar moeder die er nog steeds woont en die Joline volgende week gaat helpen te verhuizen, binnen Rijen wel te verstaan.
"Wel, misschien zien we elkaar nog bij de Formido!", besluit ik.
"Dat zou zomaar kunnen", zegt Joline.
Martin loopt langs en ziet tot zijn verbazing dat we nog steeds in gesprek zijn.
"Zie je hoe het helpt als je iemand op persoonlijke wijze groet?", zegt hij.
Maar is het nu juist niet de onpersoonlijke opening die tot het onverwachte gesprek leidde?