Zoals gisteren beloofd volgt hier een anekdote over de Kracht van de Kapper. Het is inmiddels een jaar of vijf, zes geleden dat ik een dag in de week bij Ennia werkte. Over Ennia vallen vele verhalen te vertellen, maar het meest is mij bijgebleven dat het daar ongelofelijk koud is, en dan met name in de computerzaal. Na een uur of twee typen, verkleumden mijn vingers helemaal. In een andere kamer had iemand een straalkacheltje meegenomen en velen liepen met een dikke trui.
Ik was bezig met de migratie van een Oracle ontwikkeldatabase naar een andere server. Beide machines beschikten over een toetsenbord, maar er was slechts één monitor voorhanden. Om de monitor aan de andere server te koppelen moest men nogal onhandig achter de tafel zien te komen en dan met kunst- en vliegwerk de kabel verwisselen. Na twee keer had ik dat wel gezien en bedacht een andere oplossing. SCO-Unix geeft je de mogelijkheid om met één keyboard twaalf virtuele schermen te beheren. Met Control-Alt-F5 schakel je naar scherm nummer vijf.
Mijn oplossing was eenvoudig, op de schermen 11 en 12 deed ik een remote login naar de tweede server. De overige tien schermen waren geconnecteerd met de eerste ('productie') server. Het werkte voortreffelijk. Toen kwam Henk Rook binnen. We maakten een praatje en hij zag onmiddellijk dat ik maar een monitor tot mijn beschikking had.
Henk Rook: "Hmmm, en hoe werk je nu op die andere machine, dan moet je je zeker steeds achter die tafel wurmen en de monitor aan de andere server hangen, wat een werk!"
CasaSpider (tikkeltje meewarig kijkend): "Henk, mensen lopen op de maan, denk jij nou echt dat een DBA iedere keer achter die tafel kruipt om die monitor om te hangen? Neen Henk, dat doen wij zo, kijk, met F1 tot en met F10 bedien ik deze server en met F11 en F12 de andere. Knap hè?"
Henk was duidelijk ietwat onder de indruk en liep de kamer uit. Ik ging verder met het creëren van de nieuwe database. Dat was de eerste keer fout gegaan, dus wilde ik even alle files verwijderen. In Unix gaat dat heel gemakkelijk met het commando rm *.
Op het moment dat ik fanatiek de Enter-toets indrukte, schoot er een zeer onbehagelijk gevoel door me heen. Dat is het gekke van fouten maken op een computer, op het moment dat je het doet weet je het vaak al. Ik stond weliswaar in de goede directory, maar wel op de verkeerde server. Ik was vergeten van F1 te switchen naar F11. Nu had ik dus de 'productie' ontwikkeldatabase om zeep geholpen.
Met lood in de schoenen liep ik naar de ontwikkelaarskamer. Ik vroeg: 'Heeft er misschien iemand problemen?', in de vage hoop dat ondanks het niet meer bestaan van de database iedereen toch nog vrolijk door kon werken. 'Ja, nu je het zegt, ik krijg allemaal foutmeldingen'. Eerlijk biechtte ik op wat ik had gedaan. Iedereen hield zich stil, beseffend dat het hier toch een kleine calamiteit betrof. Ook Henk Rook zei niets, ook al zei hij later tegen mij: 'Sjonge, wat moest ik mij inhouden om niet te vragen hoe het nou zat met die mensen die op de maan lopen!'.
Er was nog iets aan de hand. Een dag of drie later moest ik naar Wenen, voor een Oracle conferentie. Die zijn nogal leuk, dus daar had ik mij erg op verheugd. Ik moest nu echter eerst de database zien te restoren, maar ja, als er iets goed misgaat, dan gaat ook alles goed mis, volgens Murphy. De restores lukten niet, imports lukten niet, ik zat daar tot een uur of drie 's nachts en het schoot niet op. Ik zag Wenen al in rook opgaan. Eén dag voor de geplande vertrekdatum besloot ik naar de kapper te gaan. Onder de vaardige handen van Debbie van Chadé had ik na 20 minuten mijn krachtige, korte kapsel terug. Ik haalde adem en voelde me beresterk. Op naar Ennia, de restore opstarten en raad eens wat? Vanaf dit moment was iedere actie die ik uitvoerde een succes. Even later deed alles het weer als vanouds. Opgelucht vertelde ik aan Henk Rook hoe uiteindelijk alles, na mijn bezoek aan de kapper, toch nog goed was gekomen. 'Nou', zei Henk, 'als we de volgende keer een probleem hebben, sturen we jou eerst naar de kapper!'.
Persoonlijk heb ik hiervan geleerd om nooit, maar dan ook nooit meer iets belangrijks te doen vlak voor een vakantie of reis.