Taal is een bijzonder fascinerend verschijnsel. Door middel van taal kunnen mensen elkaar verstaan, dat klinkt logisch. Groepjes mensen die toevalligerwijs bijelkaar woonden, zochten manieren om te kunnen communiceren. Dat moet toch wel de reden zijn van het bestaan van zoveel talen.
De wereld wordt in snel tempo kleiner en er ontstaat een steeds grotere behoefte om te kunnen communiceren met steeds meer mensen. De mensen die dit willen, doen hun best om een gemeenschappelijke taal te vinden en vaak is dat Engels. Net zoals de Euro de Gulden heeft verjaagd valt er best wat voor te zeggen als de hele wereld gaat switchen naar een beperkte set van talen.
Met deze stelling ga ik bewust voorbij aan een groot aantal aspecten. Zo zullen er weinig landen zijn die hun cultureel erfgoed, en dan met name de literatuur, willen verkwanselen voor de Engelse taal. Een ander nadeel is dat in een overgangsfase de zogenaamde switchers toch een achterstand hebben ten opzichte van native-speakers.
Wat veel mensen zich niet realiseren is dat taal ook een beschermende functie heeft. Juist het tegenovergestelde van het kunnen communiceren met de hele wereld, neen, slechts een bepaalde incrowd mag begrijpen wat de ander bedoelt. Dit verschijnsel treft men vooral aan in kleine gemeenschappen. Bij de vinger-taal van de Gangs is dit tot in het extreme doorgetrokken. Maar ook het Zwitserduits is hier een voorbeeld van en op Curacao het Papiamentu ook in zekere mate.
En wat te denken van dialect? Op het moment dat de hele wereld Engels spreekt, ontstaan onmiddellijk vele dialecten. Luchiano speelt tegenwoordig een computerspel met Leon de Kameleon en Evert de Kever. Tot mijn verbijstering spreekt Luchiano tegenwoordig ook een dialect, het Willem van Hanegem Dialect. Zo noemt hij het maatje van Leon Evert de Kevert. We hebben nog een lange weg te gaan...