1         Inleiding

 

Hallo jongens en meisjes,

Mijn boekbespreking gaat over Tomio en zijn vriendjes.

 

Het boek is geschreven door Boudewijn Aldus en de tekeningen zijn gemaakt door Harmen van Straaten. Hij heeft ook de tekeningen gemaakt in het boek Goal.

 

2         Het Verhaal

2.1      Het Groene Bos

 

Tomio is een rode, slimme kater. Hij kan heel goed koekjes en lekkere appeltaart bakken. Daarom komen elke dag drie vriendjes bij hem langs.

 

Klauwkleum is een grote witte ijsbeer die het altijd koud heeft.

Honingbuik is een gezellige dikke bruine beer die altijd honger heeft.

De derde is Woef, een ijverig hondje dat iedereen overal mee helpt.

 

De vrienden wonen in Dierendorp.

 

Op een mooie warme dag hebben ze zin om te gaan picknicken in het Groene Bos. Allemaal hebben ze iets lekkers gemaakt om daar op te eten. Het is een lange weg naar het Groene Bos en na een tijdje komen ze een wegwijzer tegen. Daar vertel ik straks nog iets meer over.

 

De vrienden gaan linksaf naar het Groene Bos. Als ze daar aankomen waarschuwt een konijntje hun dat er vreemde dingen gebeuren op de open plek. De vrienden zijn niet bang en zetten hun eten en drinken bij een boom en gaan spelen. Als ze later honger en dorst krijgen merken ze dat al hun eten en drinken is veranderd.

 

De chocolademelk is bevroren, in de appels zitten wormen (wormstekeltjes). Tomios broodjes zijn in stenen veranderd. De honingsnoepjes van Honingbuik smaken naar dikke neuspeuters.

 

Dan horen ze een gemeen lachje in de struiken.

 

De vrienden gaan naar huis en horen van het konijntje dat de Wijze Pinguin misschien meer weet.

 

2.2      De Wijze Pinguin

 

De Wijze Pinguin vinden de vrienden in het Witte Bos. Hij woont in een iglo en kan dingen zien in zijn kristallen bol. Maar die bol moet eerst worden opgepoetst met fluistermos. In zijn bol ziet de Wijze Pinguin een oud vrouwtje in zwarte kleren en een bruine vos. Het vrouwtje had een boek in haar ene hand, een stokje in haar andere en ze vloog op een bezemsteel.

 

Wat is dat voor een vrouwtje?

 

Ook zegt de Wijze Pinguin waar het oude vrouwtje woont.

In het Zwarte Bos.

2.3      IJsbeertje Klok en Tonkie

 

Er gebeuren nu een heleboel avonturen. Op een dag komt Woef met een klein ijsbeertje binnen. Het is Klok en hij is een neefje van Klauwkleum. Hij woont in Winterland. Klok huilt want zijn papa en mama zijn verdwenen. De vrienden beloven Klok te helpen om zijn ouders terug te vinden.

 

De reis naar Winterland is heel lang. Ook moeten ze veel spullen meenemen en dat is heel zwaar. Zo gaat het langzaam. Ze komen een ezeltje tegen die Tonkie heet. Tonkie is ook zijn papa en mama kwijt, net als Klok. Hij vraagt of hij met de vrienden mee mag als hij al hun spullen draagt, want hij heeft ook een karretje.

2.4      De Rode Bergen en Friso

 

In de Rode Bergen komen de vrienden Friso tegen. Friso is een ijsvogel die steeds Prp zegt. Hij heeft een gekneusde vleugel. Tomio smeert een beetje zalf op de vleugel. Zo wordt hij snel weer beter.


2.5      Winterland

 

Na een lange reis komen ze aan in Bovendorp, dat in Winterland ligt. Maar wat moeten ze doen? Graag wil Tomio de Wijze Pinguin om raad vragen. Maar die is zover weg Dan komt Friso de ijsvogel. Hij zegt dat Tomio wel op zijn rug mag klimmen en dan vliegen ze samen naar de Wijze Pinguin.

 

De Wijze Pinguin ziet nu in zijn kristallen bol dat tien ijsberen en twee ezeltjes betoverd zijn. Ze zitten gevangen in een ijsgrot in Winterland. Een ijsgrot in een berg. Het oude vrouwtje heeft hun betoverd.

 

Om de betovering te verbreken is toverkracht nodig. Alleen een goede fee heeft toverkracht die sterk genoeg is om de boze toverkracht van de heks ongedaan te maken. In het Roze Bos woont de goede fee Ladia. Friso en Tomio gaan er meteen naartoe. Zij maakt de toverdrank en doet hem in een flesje. Snel vliegen Friso en Tomio terug naar de anderen.

2.6      De ijsgrot

 

Nu gaan de vrienden op zoek naar de ijsgrot. Ze komen bij een dal vol met sneeuw maar kunnen de ijsgrot niet zien. Friso vliegt een paar keer over het dal. De laatste keer ziet hij eindelijk een spleet.

 

Tomio zegt dat dit de ijsgrot niet kan zijn, want door die spleet kan niemand kruipen. Ze zijn verdrietig, maar dan horen ze plotseling heel zachtjes Help!

Het zijn de tien beren en twee ezeltjes. Ze zitten gevangen.

 

De vader van Klok is n van die gevangen beren en zegt dat de grot betoverd is. Alleen het oude vrouwtje kan de ingang van de ijsgrot weer groot maken. Dat doet ze elke dag als de beren en de ezels voor haar moeten werken.

 

Ze duwen het flesje met toverdrank door de spleet in de grot. Als het flesje binnen is nemen de beren en de ezels allemaal een slokje. Dan zegt Tomio: Sim-sala-bim, Sim-sala-bij, de betovering is voorbij!

 

En dan wordt de rotsspleet langzaam breder en breder. De beren en de ezels kunnen eindelijk uit de grot. Allemaal gaan ze terug naar Bovendorp.

 


2.7      Het oude vrouwtje

 

Onderweg komen ze drie figuren tegen: het oude vrouwtje, Reintje de vos en de grijze wolf. De grijze wolf praat een beetje raar, hij draait de letters om. Tegen rode kat zegt hij kode rat en tegen sneeuwpop zegt hij peeuwsnop.

 

Ze willen ruzie maken met Tomio en zijn vrienden. Het oude vrouwtje pakt haar toverstokje. Tomio schrikt en pakt vlug het flesje met toverdrank dat hij van de fee Ladia heeft gekregen. Hij gooit de laatste druppels over het oude vrouwtje, de vos en de grijze wolf en zegt een toverspreuk.

 

Eerst gebeurt er niets, maar dan worden ze eerst groen, dan geel, dan bruin en tenslotte helemaal zwart. En toen waren ze verdwenen.

 

De beren en ezels in Bovendorp bedanken de vrienden. Eindelijk kunnen ze terug naar Dierendorp.


3         De Wegwijzer

 

Zoals jullie zien heb ik een wegwijzer meegebracht. De vrienden komen hem tegen als ze in het begin van het verhaal op weg zijn naar het Groene Bos. Zelf komen ze uit Dierendorp.

Tomio zegt dat ze linksaf moeten. Op de pijl naar links staat: Het Groene Bos. (Aanwijzen!)

Op de pijl naar rechts staat: Het Zwarte Bos. (Aanwijzen!)

Op het bord rechtdoor staat: naar de Rode Bergen. En er staat ook bij: heel ver. (Aanwijzen!)

 

Dan vraagt Klauwkleum wat er op de vierde pijl staat.

Tomio vraagt of hij het bord bedoelt dat wijst waar zij vandaan komen. (Aanwijzen!)

 

Op dat bord staat: naar Dierendorp.

Nu denkt Klauwkleum dat er op een richtingbord niet alleen staat waar je naartoe gaat, maar ook waar je vandaan komt.

 

Nu wordt het moeilijk, Listen very carefully because I only will tell this once!

De vrienden gaan linksaf, naar het Groene Bos.

Maar na een paar stappen blijft Klauwkleum staan.

Hij snapt er niets meer van, want ze kwamen toch uit Dierendorp?

Maar nu niet meer!

 

Tomio vraagt waarom dan niet?

Dan zegt Klauwkleum: Kijk maar op het bord. De pijl die naar achteren wijst vertelt dat we uit het Zwarte Bos komen!

 

Honingbuik wordt nu heel bang en rent snel weg. En Klauwkleum daarna ook.

De beren zijn bang omdat ze denken dat ze uit het Zwarte Bos komen.

 

Tomio en Woef moeten hier hard om lachen.