De rechters betuigen bij aanvang van de strafzaak hun medeleven aan de nabestaanden.
Zeggen dat wat er is gebeurd, verschrikkelijk is en nadat dat is gezegd, kijken ze naar de verdachte.
De toon is gezet.
De verdachte is Robert (22).
Hij zegt: ‘Mijn leven is in een vingerknip omgeslagen. Ik moet er mee leren leven.’
De rechters reageren, nee corrigeren: ‘Voor u is het misschien nog te relativeren. Maar voor anderen niet. Voor de ouders is dit niet meer te relativeren.’
De verdachte knikt en zegt zacht: ‘Het is het ergste wat ouders kan overkomen. Als ik het kon terugdraaien dan had ik het gedaan.’
Op 12 juni 2010 bellen Floortje en Sanne-Mei met elkaar.
Niks aan de hand, twee vriendinnetjes, twee vrolijke meisjes van 10 jaar.
Ze spreken af om te gaan spelen.
Met hun waveboard.
In dezelfde buurt stapt even later Robert in zijn auto, om zijn vriendin naar haar werk te brengen.
Het is dan tien voor twaalf ’s ochtends.
Een paar minuten later volgt de vingerknip, de fractie van een seconde.
De twee meisjes spelen bij de brug.
Op een plek waarvan de ouders hadden gezegd dat dat daar niet mag.
Want te gevaarlijk.
Maar kinderen doen dat dan toch, zal de officier van justitie later zeggen, omdat het kinderen zijn.
Robert rijdt in zijn grijze BMW richting het bruggetje en dan het bruggetje op.
Plots roept zijn vriendin: ‘Kinderen!’
Een klap.
Robert voelt iets, iets onder de auto.
Een hond?
Stopt, stapt uit.
Zegt: ‘Ik wist niet wat ik zag.’
Hij belt 112 en bekommert zich over Sanne-Mei, over haar ademhaling.
Zij ligt achter de auto, Floortje er onder.
Robert: ‘Het was heel onwerkelijk.’
De politie, de ambulance, de traumahelikopter en de brandweer zijn er snel.
Floortje sterft ter plaatse.
Sanne-Mei vier dagen later in het ziekenhuis.
Robert zegt: ‘Ik heb niets gezien.’
Rechters: ‘Hoe kan dat nou?’
Robert: ‘Dat vraag ik mezelf ook af.’
De politie doet vooral technisch onderzoek, want er zijn geen getuigen.
Vastgesteld wordt dat de afstand tussen het hoogste punt van de brug en de plek waar de meisjes zijn aangereden, 12,4 meter bedraagt.
Er zijn geen remsporen wat er op duidt dat er niet hard is geremd.
Aangenomen wordt ook, op grond van het letsel, dat de kinderen niet hebben gestaan.
Mogelijk zaten ze op het wegdek, met hun waveboard.
Een feit is ook de meisjes zich op een plek op de weg bevonden waar ze niet hoorden te zijn.
Er is onderzoek gedaan naar de zithouding van de bestuurder.
Robert zat wat onderuitgezakt achter het stuur, dat had hij zelf aangegeven.
De rugleuning van de bestuurdersstoel was iets naar achteren gedraaid.
In de laagste positie had hij onvoldoende zicht.
In de hoogste net voldoende.
Uitgerekend is dat als Robert 30 kilometer per uur zou hebben gereden, hij de meisjes vanaf het hoogste punt van de brug had moeten zien en hij nog op tijd had kunnen stoppen.
De officier van justitie: ‘Hij had de aanrijding dus kunnen voorkomen. En dat dit niet is gebeurd, duidt erop dat hij harder dan 30 kilometer per uur heeft gereden.
De conclusie van de officier van justitie: “Robert heeft niet goed opgelet, dan wel te snel gereden, dan wel een combinatie van die twee.’
De politie heeft de exacte snelheid niet kunnen vaststellen.
Aannemelijk is: 28 tot 34 kilometer per uur.
De maximum snelheid op die plek: 30 kilometer per uur.
De officier van justitie zegt dat dat een maximum is, geen must, geen verplichting. Dat een automobilist zijn snelheid altijd moet aanpassen aan de omstandigheden. Dat dertig dus ook best te snel kan zijn.
Heeft hij niet goed opgelet?
Robert zegt van wel.
Zegt: ‘In mijn ogen was ik zelfs een van de weinigen die zich daar aan de regels hield.’
Buurtbewoners hebben verklaard dat op die plek altijd kinderen spelen.
De rechters zeggen dat ze dat wel snappen.
Waveboard, mooi asfalt, hellinkje, lekker roetsjen.
Deden zij vroeger ook, maar dan op rolschaatsen.
Robert zegt: ‘Ik heb ze niet gezien. En ik had ook nooit verwacht dat ik daar geen zicht had.’
Er worden twee brieven in de volle rechtszaal voorgelezen waarin de ouders hun radeloze verdriet verwoorden.
Dat ze de gelukkigste ouders van de wereld waren.
En dat ze nu de verdrietigste ouder zijn.
Tranen, brokken in de keel en niet alleen bij de nabestaanden.
Ook bij de rechters die zeggen dat ze hun werk doen en professionals zijn.
Maar dat dit er behoorlijk inhakt.
En ook aan de perstafel, waar zelfs de journaliste van de Telegraaf een beetje moet huilen.
De ouders zeggen ook dat ze vreselijk boos zijn.
Omdat Robert nooit iets van zich heeft laten horen.
Ja, hij had een kaartje gestuurd, maar zonder tekst.
Laf.
Robert zegt op zijn beurt dat dat hem vreselijk pijn doet.
Dat ze zo over hem denken.
Dat hij vanaf de eerste dag graag contact had willen hebben.
Maar dat de politie het hem had afgeraden.
En daarna had de burgemeester gezegd dat contact niet op prijs werd gesteld.
En dat had later ook Slachtofferhulp gezegd.
Robert zegt dat als hij iets kan betekenen, dat hij dat dan graag doet.
De reclassering was bij hem geweest.
Conclusie: een doodgewone jongen waar niks mis mee is, maar die wel iets vreselijks heeft meegemaakt.
Kans op herhaling: laag.
De officier van justitie zegt dat geen straf recht doet aan het leed dat is aangericht.
Dat kinderen niet op het wegdek horen te spelen, maar dat toch doen, omdat het kinderen zijn.
En dat dit een automobilist niet ontslaat van de verplichting extra oplettend te zijn.
Ze zegt dat Robert het ongeluk had kunnen voorkomen.
Als hij maar goed had opgelet.
Maar dat hij dat niet heeft gedaan, dat hij de auto niet tijdig heeft kunnen stoppen.
Dat hij door een onjuiste zithouding geen goed zicht had.
Dat hij een beoordelingsfout heeft gemaakt.
En vermoedelijk te snel heeft gereden, in ieder geval te snel voor de omstandigheden.
En dat dat, opgeteld, verwijtbaar is in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.
Zij het in de lichtste variant.
Niet roekeloos, maar wel onoplettend.
Wat de officier van justitie niet mee laat wegen in haar strafeis, maar wat ze wel eventjes gezegd wil hebben, is dat Robert in de drie jaren dat hij zijn rijbewijs heeft, al twee keer eerder bij een verkeersongeluk betrokken is geweest.
In april 2009.
In september 2009.
Of daarbij sprake was van schuld, vertelt ze er niet bij.
De officier van justitie zegt wel dat een gevangenisstraf niet zou misstaan.
Maar dat zeggen officieren van justitie heel vaak als ze een taakstraf gaan eisen.
De eis: een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 180 uur.
Daarnaast een maand voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van twee jaar.
En een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de periode van 24 maanden, waarvan acht voorwaardelijk.
De advocaat pleit voor vrijspraak.
Hij zegt dat Robert zich hartstikke schuldig voelt, de rest van zijn leven.
Maar dat er juridisch gezien geen schuldige valt aan te wijzen in dit verschrikkelijke drama.
Dat Robert heeft gedaan wat hij moest doen.
Hij reed niet harder dan toegestaan, hij lette wel degelijk op, maar hij heeft meisjes die daar niet hoorden te zijn, niet gezien.
Hij heeft misschien een inschattingsfout gemaakt.
Maar een inschattingsfout maakt niet dat je ook schuldig bent.
Dat het soms, hoe erg ook, niet anders is.
En dat hij ook graag contact wil met de nabestaanden.
Als die dat willen.
Tja.
Ik weet het niet.
Zondagmiddag ben ik ter plaatse wezen kijken.
Het is een stom en potsierlijk nepbruggetje, in een woonwijk waar wonen, werken en recreëren vast samen moeten gaan.
Misschien dat je dit soort bruggetjes in zo’n woonwijk met kinderen niet moet willen.
Omdat verkeersveiligheid zwaarder moet wegen dan dat er voor het plezier bootjes onder door moeten kunnen varen.
Dat de brug, zoals de gemeente Veendam direct na het ongeluk riep, aan alle veiligheidseisen voldoet, zal zo wezen.
Ding is van steen en beton, dus je zakt er niet doorheen.
Aan de andere kant: automobilisten hebben wat verkeersongelukken betreft een bedenkelijke reputatie.
Het idee dat we met z’n allen ontzettend goed kunnen autorijden, is maar al te vaak niet waar.
Meestal gaat het gelukkig goed, soms nog net op het nippertje en een enkele keer is er die vingerknip en gaat het verschrikkelijk mis.
De wet zegt dat bij de beoordeling van dit soort zaken gekeken moet worden naar de gedragingen, in dit geval van de bestuurder van de auto.
En niet naar de trieste gevolgen van die gedragingen.
Dat we de zaak niet ernstiger moeten beoordelen omdat twee vrolijke meisjes nu vreselijk dood zijn.
Dat klinkt bijna kil.
Maar misschien is dat wel de waarheid.
De lelijkste waarheid.
Een waarheid die zo lelijk is dat we die slechts kunnen verdragen als we een schuldige kunnen aanwijzen.
Rob Zijlstra
Op 21 maart doet de rechtbank uitspraak
zie ook: Twee spelende meisjes [1]
met foto’s en een filmpje van die situatie ter plaatse.
.
.










[...] Twee spelende meisjes [2] « ZITTINGSZAAL 14 [...]
Een tragisch verhaal, met alleen maar verliezers.
Mooi verwoord. Compliment.
Wat ik me afvraag: Wie is ermee geholpen is, als deze bestuurder gestraft wordt?
De ouders? Nee. De bestuurder zelf? Ook niet. En de maatschappij, wij allemaal? Ook niet.
Natuurlijk is het onbeschrijfelijk verschrikkelijk, wat er op die bewuste 12 juni gebeurd is. Voor de ouders, voor de bestuurder en voor alle andere meer of minder betrokkenen.
Vind het lastig te bepalen of het gebeurde verwijtbaar is. Lastiger voor mijn gevoel, dan bijvoorbeeld de zaak van de taxichauffeur* in Groningen.
Pittige zaak voor de rechters. Ben blij, dat ik niet in hun schoenen sta.
* Taxi: http://robzijlstra.wordpress.com/2011/01/25/4438/
Tim aan de ene kant heb je gelijk, maar aan de andere kant de bestuurder heeft naar mijn idee niet het maximale qua ervaring uit voorgaande ongevallen gehaald. Waardoor hij in zekere zin randvoorwaarden heeft gecreëerd die hebben geleid tot dit vreselijke ongeluk. Daarnaast geeft het een signaal uit naar de maatschappij dat autorijden altijd alertheid vraagt. Daarom is een taakstraf in zekere zin wel gepast… Al helpt het niemand.
Ik ben blij dat ik geen rechter ben.
Inderdaad alleen maar verliezers.
Onbegrijpelijk, dat er juist geen contact is ontstaan tussen de chauffeur en de ouders.
De verwerking van het verdriet zou ook door de politie, burgermeester en slachtofferhulp gesteund moeten worden met een georganiseerd contact tussen alle betrokkenen.
Vriendelijke groet.
Ik op mijn fiets had al twintig keer dood kunnen wezen het laatste halfjaar. Natuurlijk ben ik geen kind meer, let goed op, ben handig en vervelend. Sjees in de afdaling menig automobilist met 60 Km/u voorbij. Dat vind ik nog altijd leuk. En heb er plezier aan dat ik dat nog allemaal kan. Automobilisten houden daar schoorvoetend rekening mee en houden in. Daar heb je hem weer. Gevaar.
Gevaar?
Ja.
Ik doe het expres. Om de rijvaardigheid van die slapers te testen.
Een grote neus weet je wel.
Of in elk geval is het dat wat de jonge bestuurders van autos er in zien als ik op mijn fiets weer aankom in verboden richting. Dan gaan ze als het ware op mij inrijden, naar mij toe met een kleine afwijking van hun traject. Jonge jongens weer.
Als ik midden op een smalle weg rijdt wegens hobbels links en rechts komt er een jeugdigde brommer op volle snelheid links voorbij. Een tweede volgt en scheert mij rakelings rechts voorbij en kijkt vervolgens om om zo te zeggen “weer geluk gehad hè, weet je niet dat je rechts moet rijden? En dat ook op volle snelheid. Zonder inname.
Jonge bestuurders (jongens dus) zijn de beste politieagenten op de weg . Ze straffen alles af.
Als ik ouder van één van de meisjes zou zijn geweest, dan denk ik dat ik eerst ontzettend boos was geworden op de automobilist. Contact met hem zou kort na het ongeval niet gewenst zijn. Misschien wel, maar dan zou het alleen gaan over het bevestigen van zijn schuld. Zodat ik hem face to face kon beschuldigen. Daar zal iedere verzekeraar of advocaat van de bestuurder een stokje voor hebben gestoken. Het zou ook niets oplossen, mijn kind zou ik er niet van terug hebben gekregen.
Misschien is het wel zo geweest dat instanties en hulpverleners hebben aangegeven dat de ouders geen contact wensten.
Waarschijnlijk niet te verkroppen voor de ouders, maar er zou wel eens een behoorlijke matiging van de straf kunnen worden uitgesproken. Want eerlijk gezegd, zó roekeloos reed hij blijkbaar niet. De snelheid zou wel eens precies volgens de daar geldende regels zijn geweest en de kinderen zouden wel eens op de grond gezeten kunnen hebben op een plek waar dat niet mocht. Het enige punt is dat hij blijkbaar er zelf voor kan hebben gezorgd dat hij te weinig zicht zou hebben. Maar zelfs dat is niet onomstotelijk vastgesteld als ik het relaas van Rob lees. Voetgangers en fietsers, en zeker kinderen onder 14 jaar, hebben een zeer beschermde status in het verkeersrecht. Alleen gaat dat doorgaans over het feit dat ondanks dat deze kwetsbare groep verkeerstechnisch de veroorzakers van een ongeval kunnen zijn, de verzekering van de verkeersdeelnemer die een motorvoertuig bestuurt, de schade moet vergoeden.
Deze bestuurder zal het juk van het ontnemen van de levens van twee kinderen zijn leven lang bij zich blijven dragen. Het beeld van de twee meisjes zal hij nooit in zijn gedachten kunnen wissen. Hoe goed ik me ook kan voorstellen dat ouders geen enkele straf zwaar genoeg zullen vinden, het lijkt me in dit geval genoeg.
Jonge dames weten er ook wat van.
Rechts heeft voorrang. Ja, maar als jij stopt en weifelt ga ik door.
Zit zij te denken: ik kom toch van rechts en dan heb ik toch voorrang? Ze kreeg het ineens door en gaf plank gas toen ik er nog wel voor zat. Natuurlijk ben ik geen kind meer, let goed op, ben handig en had het al aan zien komen. Zij verbolgen naar huis dat niemand meer de verkeersregels in acht neemt? Ze had het ook aan de rechter kunnen moeten vertellen.
Mijn fiets weegt 12 kilo, ikzelf 66.
Een beetje automobilist, als ik het inschat zit zelden onder de tachtig. Neem daarbij de auto die goed mag zijn voor ook een 500. Met een beetje snelheid heb je dan een aardige ravage-energie.
Er wordt wat meegewogen: de snelheid, dat zijn stoel flink achterover stond, dat hij daarvoor al drie keer bij een auto-ongeluk betrokken was.
Maar als het woordelijk zo’n beetje klopt wat Rob heeft geschreven, dan is het een feit dat hij geen goed zicht op de weg heeft gehad. Daar doet de bolling van een brug niets aan af. Op het moment dat hij “iets” voelt onder de auto en na het uitstappen pas twee kinderen ziet dan had hij ze zelfs niet gezien als hij een slakkegang had gereden. Bij een ongeluk met hoge sneheid ziet de bestuurder iets op een laatste fataal moment. Als je gewoon in je stoel zit dan heb je (naar mijn inschatting) een klein metertje zichtverlies (vanaf de grond dan). Op de hoogte van mijn auto’s koplampen is dat een paar centimeter. Om twee meisjes over het hoofd te zien…. nee, dat kan er bij mij niet in. Dat kan alleen als de stoelstand zo acherover was dat hij amper over zijn stuur kon kijken. Dat zijn vriendin de kinderen wel zag voor de aanrijding bevestigt dat. En zo’n stoel achterover, dat is omdat het “stoer” lijkt. Hoe verder hoe stoerder. Hoe dan ook, een bestuurder heeft altijd de verantwoordelijkheid om goed de weg te kunnen overzien. Dat vraagt geen lastig denkwerk, heb je niet genoeg zicht dan ben je al fout als je de auto instapt en wegrijdt.
Er is berekend dat als de bestuurder 30 kilometer per uur had gereden dat hij de kinderen had kunnen zien en op tijd had kunnen stoppen. De officier trekt de conclusie dat er dan te hard is gereden. Persoonlijk denk ik dat dat een verkeerde aanname is. De vraag is niet of de kinderen te laat zijn gezien(en twee kinderen zie je echt niet zomaar over het hoofd) maar waarom de bestuurder de kinderen niet heeft kunnen zien. Ook een rotsblok van 70 cm hoog had hij niet gezien als die op de weg had gelegen. En ik snap wel dat het vooral jeugdig overmoed is, zucht, over de straf laat ik me dan niet uit, maar wat een ongelofelijke stommiteit is dit geweest.
G. is een braaf type, die vooraf al een inschatting maakt over de gevolgen die zijn gedrag kan hebben.
Iedereen doet dit.
G.? Jij staat hier niet terrecht. Doe niet alsof het jouw overkomt.
@Jacob
Ik hou van je trouwe, verwarde teksten.
Maar soms leest het als een platte fietsband.
Dan is het beter om af te stappen en niet door gaan met trappen.
rob z.
Verward? En niet eens een taakstraf?
Nou daar kom ik dan mooi van af.
Ja ik kan mij beter stil houden. Ik maak het erger dan het is. Er is hier helemaal nooit iets aan de hand. Ik maak van een mug een olifant.
Ik ga mijn band plakken nu en ga vervolgens rustig mijn weegs. Waar bemoei ik mij eigenlijk mee.
nee, joh, maak van een mug een vlinder! met andere woorden maak het niet te zwaar, met een lekke band fietsen is gewoon niet handig. Bijv wat G zegt slaat niet op jou,waarom zou jij dan zo op hem reageren? Dat is kiezen voor een andere manier. En er staat niet voor niets dat jouw andere berichten gewaardeerd worden. En als je er een olifant van maakt… dan staat tie wel goed in de weg. (knipoog)
Geen getuigenis van de vriendin die naast hem zat? Zij kan toch onder ede verklaren hoe hard hij reed , hoe ver hij onderuitgezakt zat, of hij met iets anders bezig was?
[...] Reacties « Twee spelende meisjes [2] [...]