Dagboek van een huidenkoper
VKBlog Headerimage

Interesseert het iemand?

dinsdag 27 december 2005 12:31 door Huidenkoper

Waarom zou ik een weblog willen aanmaken? Heb ik de eventuele lezer iets te bieden? Heb ik de vaardigheid om een log te vullen? Ben ik een ego-tripper (een beetje wel) of heb ik een boodschap?
Geboren in 1953, een vrouw, twee kinderen, wat kan er interessant zijn? Wel als beroep: huidenhandelaar. Een zeldzaam en uitstervend ras. Daarnaast een nierziekte met transplantatie (dank je zus), gevolg: eigen bedrijf naar de spreekwoordelijke kloten (dank je huisbankier). Gevolg: filosoferen over de zin van het leven en sterk relativeren van het een en ander.
Ik heb altijd al eens een boek of boekje willen schrijven over de huidenhandel, een handel vol van anecdotes en humor. Als leidraad zal dit door mijn log zweven. Wel ben ik iemand die het niet na zal kunnen laten in te spelen op actualiteit en op vragen/opmerkingen van eventuele lezers.
Mijn werk hield in dat ik veel gereisd heb en zeker na het omvallen van het communisme waren ik en mijn collega huidenkopers op pad in het oostblok om huiden te kopen. Polen, Tsjechië, Oekraïne, Rusland, Kazachstan en oezbekistan.
Betaald in wagons koeienhuiden een roomijsfabriek (cornetto´s) gebouwd in Siberïe. Een joint-venture gestart in Oezbekistan met een supermarkt (Holland Market), nog een ijsfabriek, een broodbakkerij, een restaurant/nachtclub. Daarna geconfronteerd met lokale maffia, onbetrouwbare partners en mijn eigen slechte nieren.
Als noodgreep nog even een supermarkt gestart in Georgië (Tblisi) met onbetrouwbare (achteraf gebleken) lokale partners en een Nederlandse vertegenwoordiger die nog onbetrouwbaarder bleek dan alle Georgische=Oezbeekse maffia (het kan ook domheid geweest zijn).
Dan transplantatie in 1999 met complicaties (5 x Radboud) en na het zien van de tunnel met het witte licht toch maar besloten nog even te blijven.
Nu beoefen ik het schone ambacht van meubelstoffeerder in ons Brabantse Dongen en denk na over van alles. Mocht ik op dit eerste verhaal reacties krijgen dan begin ik gewoon ergens te vertellen.
De lezer zal mijn jury zijn, mochten de reacties gelijkwaardig zijn aan de uitslagen voor de Nederlandse deelname aan het Eurovisie songfestival in het verleden (Holland: no points) dan zal het dagboek van een huidenkoper een van de kortste zijn ooit geschreven.
Kees




the day after

Ondanks de honderden andere enthousiastelingen die hun blog begonnen bij de Volkskrant zowaar een positief commentaar van iemand d.m.v. een e-mail. De uiteraard van familie en vrienden verwachtte opmerking: best wel leuk joh! heb ik niet meegerekend. Ik ga het nog eens proberen en zal niet kunnen ontkomen aan Geert Makkiaanse stijl
tijdens mijn beschrijving over de Nederlandse huidenhandel en mijn persoonlijke ervaringen daaromtrent.
De opmerkingen van een andere blogger: ¨Zijn er nog niet genoeg in Nederland!¨vindt ik niet zo relevant. Ik schrijf omdat ik het prettig vindt voor mezelf mijn ervaringen op papier te zetten. D.m.v. een blog heb je een stok achter de deur. Wanneer zelfs maar enkele mensen meelezen en dit soms laten merken ga je weer achter je scherm zitten.
laten we het maar eens over huidenhandel hebben. Met trots presenteer ik nog steeds mijn paspoort met daarin als beroep vermeld:
huidenhandelaar. Toen mijn dochter nog klein was kwam ze een keer naar me toe en zei:¨Pa ,kan je geen fatsoenlijk beroep gaan doen zoals buschauffeur, boer of orthopedisch chirurg. We moesten in de klas vertellen wat je vader doet en ik moest zeggen: huidenhandelaar.
D´as toch niet leuk.¨
Ach, zelfs nu ik meubels maak en af en toe nog eens in aanraking kom met de handel beschouw ik het als een soort geuzennaam. Het was een mooi vak.
Het begin lag op Rode Vaart waar mijn opa (van vaders kant) zijn gezin in leven hield met jagen en vissen, dit was ruim voor de 2e Wereldoorlog waarin het nabijgelegen dorp Moerdijk wat vaker in het nieuws kwam. Mijn vader hielp al vroeg mee met slachten en villen van alle buit. Hilarisch is zijn verhaal ook dat hij ooit knock-out werd getrapt door een dood paard. Toen hij de poot van een dood paard strak had opgebonden tijdens het villen brak het touw en kreeg hij een dermate dreun op zijn hoofd dat hij zelf ook voor dood in de wei lag. Verder werd elk hazen- en konijnenvel en het vel van wat wij in West-Brabant ¨nun boosum¨ (bunzing)noemen gedroogd en opgespannen. Helemaal leuk werk waren de mollenvellen die bij honderden door boeren, burgers, en buitenlui als zielige mollenlijkjes werden aangevoerd. Die velletjes werden op plankjes gespijkerd en boven de platte buis kachel gedroogd. Daar werden prachtige bontjassen en moffen (geen Duitsers) van gemaakt.
Ik wil nog verhelderen dat ik absoluut tegen het kweken van dieren ben zuiver door de pels. Met een zoon die stuurman is bij Greenpeace kan dat ook moeilijk anders. Ik onderschrijf ook volledig de tekst van Urbanus: ¨Madammen, met een bontjas die zijn gemeen¨.
Als manneke van 4-5 jaar heb ik vaak 2e Kerstdag gezellig met de hele familie nog bloederige konijnenvellen binnenste buiten gekeerd om die te laten drogen. Elk Nederlands gezin had bijna Flappies in de tuin die plotseling tegen de Kerst allemaal op onverklaarbare wijze uit hun hokjes verdwenen.
Jammer dat nu mensen vaak denken dat bout en vlees in vacuum-verpakt uit machines komt rollen. Zodra de juf op de basisschool laat weten dat ze principieel vegetariër is zie je onmiddelijk s´avonds een golf peuters de school uit komen die schreeuwen dat ze NOOIT meer vlees zullen eten.
Maar goed laten we terugkeren naar de kern van mijn betoog. Mijn vader werd in de oorlog van de Moerdijkbrug geschoten zodat zijn schoolbezoek aan de MULO in Dordrecht ruw werd onderbroken. In 1944-45 is er rond de Moerdijk bruggen een zware strijd geleverd en in alle commotie verdween pa gewond en wel in een ziekenhuis in Londen. Bij terugkomst na nog eens 3 jaar bij de marine te hebben doorgebracht in Indonesië waren er bij terugkomst geen hazen en konijnen meer te vinden in de Moerdijkse polders. Mensen stonden niet meer met hun schop s´morgens om 5 uur mollen te steken in het weiland, nee, een gifbom deed het gemakkelijker. Mensen begonnen konijnen eind jaren vijftig ook al te min te vinden en gingen over op biefstukken. Vandaag de dag zou je je het al helemaal niet in kunnen denken, konijnenhouden voor de slacht. Door de
Flappieterreur van tegenwoordig zou dat tot nogal een flink aantal verscheurde gezinnen leiden.
Nee, pa begon na de terugkomst uit de Oost maar eens met het inzamelen van koeien-, kalfs en schapenhuiden. Maar dat komt de volgende keer aan de orde. Wanneer ik in dit tempo doorschrijf zal mijn blog na 10 x misschien opgeheven moeten worden.




de bakfiets


Een beginnende ondernemer anno 2005 heeft meestal als starterspakket voor ogen: een mobiele telefoon (laatste model), een lease-bak en een lap-top. Meestal moet de bijpassende activiteit op het laatste moment nog op poten worden gezet.
Anno 1950 waren voor de beginnende huidenhandelaar het volgende van belang: een paar klompen, een overall en een bakfiets. Zodra ik een scanner heb is het ook de bedoeling mijn blog wat op te leuken met foto´s. Verder was het kort na de oorlog een kwestie van mouwen opstropen en niet ouwehoeren (we leken allemaal wel Rotterdammers).
Elke lokale slager slachtte eens in de week zijn eigen vee, een paar varkens, een koe en af en toe een paard. Het was de bedoeling dat de huidenboer onmiddelijk na het slachten die huiden ophaalde tegen contante betaling. Vaak haalde je een dag later nog een teiltje met een koeienhuid op die zeker in de zomermaanden lekker buiten op de binnenplaats had gestaan.
Vader Leen reed in het begin ook op zijn bakfiets naar de veemarkt in den Bosch om handel te zoeken en gedroogde mollen en konijnen weg te brengen. De huiden werden in het dijkpakhuisje aan Roode Vaart gezouten in een oud kolenhok. Na enkele weken werden ze uitgeschud en opgevouwen.
Omdat in het begin van de jaren 50 de welvaart toe begon te nemen werd ook steeds meer vlees gegeten. Er kwamen meer huiden en vellen dus groeide de handel een beetje uit zijn voegen. De huiden verspreidden om en in het woonhuis ook een heerlijke geur. Tijdens het pekelen liep er ook een gestage stroom bloed de haven Rode Vaart in.
Wanneer je bij die pijp een hengeltje uitgooide dan had je ook altijd beet. Bij het ophalen van je huiden was het vaak wel zo dat je een bak koffie kreeg van de slager zeker wanneer gelijk afgerekende werd. En ach zo kwam het dat de slagersdochter uit Zevenbergen aan de haak werd geslagen door de vellenboer uit Rode Vaart. Mijn opa snapte ook al nooit waarom hij zoveel meer kreeg voor zijn huiden dan de andere slagers in het dorp.

De achtergrond van veel huidenhandelaren was overwegend joods. Toen enkele eeuwen geleden de Duitse vorsten een ¨berufsverbot¨ uitvaardigden voor alle joden waren ze gedwongen zich te beperken tot het geldwezen en handel. Dat was dan veelal handel in ruwe grondstoffen en afvalstoffen. Lompen en oude metalen werden vaak door de armere joden aangepakt en tegelijkertijd hoorden daar ook vaak de huiden bij. In het bankwezen kent iedereen natuurlijk de Rotschilds.
De grote Nederlandse huidenhandelaren van de vorige eeuw 1900-2000 hadden een overwegend Joodse signatuur. Gebruik makend van de joodse diaspora slaagden deze firma´s erin uit te groeien tot internationale firma´s van formaat. Een van de oudste was de firma Kaufmann uit Rotterdam. Hoewel de naam Hollander doet vermoeden dat het een Nederlands bedrijf was van origine is het moederbedrijf gevestigd geweest in Stockholm. Het kantoor in Amsterdam echter deed de meeste handel met het toenmalige Oostblok.
Na de oorlog was een van de grotere firma´s in Rotterdam de firma
Transmarinde (over zee en oceaan). Deze firma´s waren vaak degenen die bij de lokale handelaartjes de huiden inzamelden en in grotere partijen weer doorstootten naar het buitenland.
Omdat ik het zelf ontzettend saai vindt worden gaan we deze aflevering maar weer eens afsluiten. Ik denk dat ik de volgende keer het spoor van de huiden maar eens ga volgen naar onze eigen roemruchte Nederlandse lederindustrie waarvan, op een uitzondering na, geen moer meer over is.

Ik heb ook slecht geslapen na het geschreeuw van Arie en Sylvester, buiten een paar leuke technische geintjes (zwembad) was het te simpel voor woorden soms. Neem maar enkele mensen uit het publiek te grazen, noem een paar televisie-series en heb het over de Hulk en groen zaad en we hebben weer een voorstelling.
Ik vind het jammer dat Hans Theeuwen er eventjes mee stopt maar we krijgen misschien wel een paar goede films er voor terug. Naar MAX heb ik maar niet gekeken (50/+ omroep). Het gaat al een beetje minder op onze leeftijd maar als ik Katherine Keil zie dan wordt ik in één keer volledig impotent. maar dat zal wel aan mezelf liggen denk ik. Na deze zeer persoonlijke ontboezeming sluit ik maar eens af.
Zoals ze bij ons zeggen: Audoe Kees



Rails

Eerst maar eens mijn persoonlijke voetnoot voor ik over mijn huiden en vellen begin. Wat ik echt een gotspe noem is wel het bericht van de NS. Ze schenken aandacht aan de rol van de spoorwegen tijdens oorlogen. 55 jaar geleden konden alle treinen wel op tijd rijden en viel er niet een uit de rails.
55 - 60 jaar later vallen ze elke week om er rijdt hooguit 80% op tijd. De efficientie waarmee Joodse medeburgers af werden gevoerd werd veroorzaakt toen door de strakke gezagstructuur. Verder gold ook gehoorzaamheid onder het bekende motto: Bevel ist evel. Wat mij betreft mag je zeker de letters NS uit die tijd lezen als Nationaal
Socialisten, hoofdzakelijk wat de leiding c.q. directie betreft.

Goed door met de huiden. In het vorige verhaal haalde ik aan dat Nederland een vrij groot aantal internationale huidenhandel firma´s heeft gekend. Hoewel Kaufmann in Rotterdam eind negentiende eeuw werd opgericht waren er na de oorlog meerdere die uitgroeiden tot bedrijven. O.a. Hollander, Transmarinde en Schröder.
Nederland had een echte spilfunctie. Bij het vestigen van communistische regimes in de Oostbloklanden werden centrale inkooporganisaties opgericht die de inkoop van alle schoenen, leder en huiden moesten regelen. U kunt zich voorstellen dat een staat zoals de Sovjet-Unie ontzettende grote hoeveelheden aankocht.
In de 2e wereldoorlog was weinig vee overgebleven en was het land grotendeels afhankelijk van importen. Omdat er nogal wat mensen vluchtten voordat het communisme dit onmogelijk maakten met een handelsachtergrond bestonden er al snel kontakten tussen Oost en West.
Vele mensen uit het Oostblok al of niet met een joodse achtergrond werkten na 1945 bij de verschillende handelsbedrijven. Veel contacten bestonden ook tussen families waarvan gedeelten zich hadden gevestigd in zowel Noord- en Zuid-Amerika.
Rotterdam en Hamburg waren de doorvoerhavens voor de geweldige hoeveelheden huiden die aangevoerd werden. rotterdam had het leeuwendeel hierin. De havenarbeiders spraken van : ¨natte jassen¨.
U moet zich voorstellen dat de huiden los in de schepen lagen getast, meestal met nogal wat kilo´s aan stront, pekel en zout. De luiken openen van dit soort schepen was geen pretje, vrijwilligers stonden niet te dringen.
Veel van de de huiden verden doorgevoerd in wagons (jawel, NS) direct richting Oostblok. Nogal wat huiden werden op de kade gesorteerd en gecrouponneerd. Ofwel verdeeld in een vierkant rugstuk voor de zoolleer-industrie, de hals (het kopstuk) en de flanken (lange zijstukken). Deze vonden hun weg naar de opkomende Nederlandse lederindustrie die in de oorlog praktisch tot stilstand was gekomen.
De veelal Brabantse looiers kwamen vaak op inspectie in Rotterdam en er was ook een Nederlandse Huidenbeurs. U kunt zich voorstellen dat er meestal in een café overlegd moest worden.
Ik heb als kind vaker mee gemaakt dat wanneer mijn vader met enkele looiers naar Rotterdam geweest waren er vier chagrijnen s´morgens weg gingen en er vier zeer uitbundige en drukke mannen bij mijn moeder binnenvielen.
De VS slachtten op een gegeven moment zo´n 38 miljoen runderen per jaar en zeer veel van deze huiden hebben hun weg gevonden naar de looier via de Nederlandse handel.
Buiten deze import verzamelden allerlei kleine handelaartjes in Nederland de huiden en vellen van de slagers. Ze leverden deze dan weer door aan de grote jongens.

Ik was gisteren zeer enthousiast door aan het schrijven met een naar mijnmening mooi verhaal over ons huidenhandeltje aan de Rode Vaart in Zevenbergen toen ik bij het plaatsen van de tekst tegen de 30 minuten grens aanliep.
U moet zich voorstellen dat een prachtig stuk proza plotseling van je scherm verdwenen is wanneer je 31 minuten bezig bent geweest. De
Volkskrant heeft 30 minuten staan. Ik stop er dus mee want ik zit nu op 29 1/2 minuut. Wegwezen en tot morgen

Kees




Rails 2

Gisteren ben ik kort door de bocht gegaan wat betreft de NS. Ik hou echter wel van chargeren ofwel zwaar aanzetten van standpunten. Ik ben uiteraard op de hoogte van de spoorwegstaking door NS personeel in 1944. Hierbij hebben 30 tot 40.000 werknemers van de spoorwegen het werk neergelegd en zijn grotendeels ondergedoken. Tientallen mensen zijn geëxecuteerd. Dit had ook de NS naar voren kunnen brengen bij hun excuses die door middel van posters en info-bulletins
aan de man worden gebracht.
Nog steeds vind ik dat de spoorwegen en dan specifiek meer had kunnen doen in de periode voor 1944. In dat jaar waren de meeste joden al afgevoerd via Westerbork. Stille sabotage en non-cooperatie van hogerhand hadden misschien mensenlevens gered. Om een woord van deze tijd te gebruiken: respect voor de mensen die de spoorwegstaking uitvoerden in 1994, geen respect voor NS als zodanig in de periode daarvoor.

Hoewel mijn betoog gaat over de geschiedenis van de huidenhandel in het algemeen en de ervaringen van mijn familiegeschiedenis in het bijzonder blijf ik om dit middernachtelijke uur maar eens hangen in diezelfde zwarte periode van 40-45.
De eerste jaren van mijn (hidenhandels) leven woonden mijn ouders en ik in bij opa en oma Smolders aan de havenkant in Zevenbergen. Samen met nog een 12-tal andere familieleden. Rond 1950 was dit heel normaal en mijn oma had gewoon een groot hard. Buiten de eigen kinderen woonde ook tante Betje met haar rolstoel in en nog enkele kostgangers/leerling slagers.
Op maandag was het slachtdag en liepen er op de kleine binnenplaats een koe of twee en een 5-tal te slachten varkens rond. Tijdens de oorlog zelf had het dorp Zevenbergen zwaar te lijden gehad van de oorlogssituatie die zich rondom de Moerdijkbruggen ontwikkeld had.
Tijdens diezelfde oorlog was het in de slagerij ook vrij druk. Regelmatig zaten er op zolder joodse onderduikers verstopt, ook waren SS´ers ingekwartierd wat betreft de maaltijden en was de familie gedwongen deze te ontvangen. De grootste angst was natuurlijk dat de onderduikers op een dag gevonden zouden worden. Een keer werd gedacht dat de dag des oordeels was aangebroken. Een van de mensen boven had toch blijkbaar te veel lawaai gemaakt en tot hun grote schrik zagen ze door het zolderluik het hoofd van een verbaasde Duitser verschijnen.
Er gebeurde echter niets en het bleek dat er zelfs een enkele goede SS´er bestond. Van deze Franz hebben mijn grootouders tot in de jaren zestig tegen Kerstmis nog kaart gekregen waarop hen Frohe Weihnachten werd gewenst en ein gutes Neues Jahr.
Helaas werd door verraad van een onder druk gezette vrouw in Den Haag een aantal onderduikadressen verraden. De mensen die op zolder verstopt waren werden opgepakt evenals opa Smolders.
Het ergste werd gevreesd maar de verzorging door oma, al of niet afgedwongen, van de ingekwartierd Mannschaft zorgde ervoor dat hij weer op vrije voeten werd gesteld.
Van de mensen die afgevoerd werden naar Westerbork hebben toen alleen ome Frans en tane Riek (naar ik dacht een echte oom en tante) de oorlog overleefd en zijn zij nog jaren in Zevenbergen gekomen.Ome Frans heeft nog een goede banketfabriek in rotterdam opgebouwd na de oorlog.
Hun briefwisseling vanuit Westerbork is nog bewaard gebleven en hieruit sprak een al of niet grenzeloos optimisme over de afloop van hun verhaal. Misschien waren ze zich bewust van hun lot maar bleven ze hopen tegen beter weten in. Slachten werd in die tijd vaak clandestien gedaan en ook daarover zou ik een boekje over kunnen doen. Maar ach Dr de Jong heeft zich al van die taak gekweten. Volgende verhaal ga ik gewoon weer verder over de handel in huiden.

Audoe
Kees



Lekker gemakkelijk

Ik zit nog even de werkstukken van mede-bloggers te lezen. Nou heren of dames af en toe maken jullie het jezelf wel erg gemakklijk om hoog te scoren.
Ik open vol bewondering blogs van mensen met de score van 15 to 20 berichten. En wat zien ik ......... een tien to twintig regeltjes. Ja, dat is maar net wat je wil brengen. maar voor elke wat wils en ik kan me best indenken dat er mensen zijn die denken bij het zien van mijn lappen tekst: wat een zwamneus. Ach het zij zo, ik vermaak me kostelijk met hetgeen ik opschrijf. Er is zoals Doe Maar reeds zong:
¨geen bal op de tv¨ dus is het schrijven aan je blog best een leuke tijdspassering.
Nou ga ik definitief nokken en ga morgen ( of misschien overmorgen) weer door met de vellen. Toch nog even gauw een berichtje bij gescoord, welterusten allemaal.
Kees


oh andré kom terug

Gisteren af te toe naar het afscheidsconcert (tweede) gekeken van André. André Hazes was een performer en een geweldige zanger in zijn genre. Wel heeft hij zichzelf kapotgezopen maar was daardoor een oprechte levensliedvertolker. Hij had de blues.
Wat ze gisteren aan een zootje slechte zangers en zangeressen op het podium brachten was ongelooflijk. Hoe goed bevriend ook uit respect voor André hadden ze zijn liedjes nooit mogen verkrachten. Een Grad Damen, je schaamt je toch om Brabander te zijn.
Maar ja onze Rachel zal wel een vinger in de pap hebben.Gebed:¨ Ik zal in de toekomst ooit wel eens naar een lied van André luisteren maar bespaar me zijn vrienden oh Heer en zeker hun liederen en verschoon mij van de aanblik van Rachel. Geef in Uw hemel André een luxe barkruk en een glas bier dat nooit leeg raakt. Laat hem ook tijdig bukken wanneer ze weer pijlen met zijn eigen as naar zijn hoofd schieten. Ik dank U Heer.

Goed naar de vellen gaan we weer eens. Slot van mijn wat grotere verhaal over de kleine slager in Zevenbergen. De twee huiden per week werden door mijn vader opgehaald en opa vond het al vreemd dat hij zoveel meer kreeg dan slager Wubben verder op. Maar ja, die had niet zulke knappe dochters nietwaar.
Het onthuiden van de runderen die overal in alle dorpen en steden door slagers gedaan werd gebeurde vaak met de hand. Het resultaat waren vaak huiden die met een bijl leken te zijn afgedaan. Zeker als de desbetreffende slager de avond daarvoor een borreltje had gedronken.
Het prijsverschil van deze huiden met die van de grossiers op de grotere gemeentelijke abattoirs was en moest dan ook vrij groot zijn.
De huiden werden apart gesorteerd en gezouten en de grootste sport van de huidenhandelaar was toch een aantal van die huiden op te mengen met de beter afgedane productie. De benaming was ¨routehuiden¨, er was meestal een man de hele week bezig met een klein vrachtwagentje rond te rijden om de paar honderd huiden op te halen die de basis vormden van onze huidenhandel thuis.
Ik kan nog steeds die route dromen omdat ik als scholier in de vakantie nogal eens het routje moest rijden. Al op mijn zeventiende reed ik in een vrachtwagentje incidenteel door de polder in de vakantie. Een huid in een teil bloed op de binnenplaats van een slagerij in augustus moest nu eenmaal weg.
Ik geef voor de aardigheid eens een aantal plaatsen op van zón huidenroutje: Zevenbergen, Klundert, Moerdijk, Lage-Zwaluwe, Zevenbergsen Hoek, Made, s-Gravenmoer, Nieuwendijk, Andel, Neder-Hemert, Zaltbommel, Heusden, Werkendam, den Bosch, Waalwijk en terug over Waspik.
s´Avonds moest de buit gezouten worden, het was meestal een bloederige aangelegenheid. Huiden met de horens er nog aan, goed onder het bloed, stieren met de letterlijke kloten er nog aan. Alles waar geen leer gemaakt van kon worden moest eraf.
Daarna handmatig zouten, ca. 4-5 kilo zout dat uit de Hengelose mijnen kwam. Daarna lagen de huiden een week of twee onder zout en konden goed uitpekelen. De pekel wat een mengsel was van water, zout en bloed stroomde in ons geval lustig de Rode Vaart in waar menig vis het erg goed op deed.
Omdat ik denk weer tegen mijn tijdslimiet aan te lopen ga ik maar even kappen.
Volgende keer weer meer van de vellenboer
Kees


Ik erger me kapot aan die vellen

Een hartelijke goede middag uit Dongen. Eerst maar mijn p.s. (persoonlijk stuk). De vellen waarover ik het wil hebben uit de kop zijn die stomme stukken plastic die je in geweldige hoeveelheden krijgt van de supermarkten. Niet de vellen waar ik over aan het schrijven ben. Nederlanders blinken al niet uit door een bourgondische levensstijl. Wij accepteren klakkeloos dat al de vleeswaren uit de supermarkt zo dun gesneden worden dan je er doorheen kunt kijken. Je proeft eigenlijk niet eens dat er iets op je boterham ligt. Kijk maar eens net over de grens (België) daar is een plakje vleeswaren tenminste een halve centimeter dik.
Tussen elk miniem plakje zit weer zo´n stom stuk plastic. En ach, over het hele jaar genomen levert het de supermarkt toch nog was liquiditeit op. De prijs van plastic is altijd nog lager dan die van vleeswaren. Laten we deze week nou allemaal eens plastic weigeren bij de versafdelingen. Het reeds verpakte spul kunnen we ter plaatse ook even uitpakken en dan het plastic verwijderen.
Dan moet je maar eens zien op die mallotige AH manager nog zo vrolijk lacht. Wat gewicht betreft lijken alle supermarkt managers wel huidenboeren.

Verder met mijn dagboek van de huidenkoper.
Ons pakhuis en huis waar ik mijn jeugd doorgebracht heb stond aan de Koekoeksedijk in Zevenbergen. Dit was achter de laatste van de vijf nog werkzame suikerfabrieken uit ons dorp.
Aangezien mijn vader inmiddels al een man of vijf personeel had werden er steeds meer huiden aangevoerd. Ook betrokken we huiden van de gemeentelijke slachthuizen uit Rotterdam en Breda. Dit zorgde ervoor dat de opslag wat klein werd en de huiden buiten opgestapeld lagen tot tegen de dakgoot van het pakhuis. Toen was er nog geen sprake van een Arbo wetgeving en lastige ambtenaren. Alle stapels werden met zeilen afgedekt. Het was eind jaren vijftig en het sfeerbeeld zou zo ontleend kunnen zijn aan een boek van Geert Mak.
De melkboer kwam langs aan huis met een ponykar en tapte melk direct uit een melkbus. De visboer was ome Gijs uit Moerdijk die met zijn brommerbakfiets met verse vis rond reed in Zevenbergen en omgeving. Verse paling zou uit de fuik op je bord. De groentenboer kwam nog aan huis met zijn kar en dat alles in de lekkere lucht van ons huiden.
Passerende paarden reageerden nogal sterk op de lucht van deze huiden en weigerden soms voorbij het pand te lopen. In de suikerbietencampagne reden eind jaren vijftig en begin jaren zestig nog met paard en wagen de geoogste bieten naar de suikerfabriek. Het was een gesteiger van jewelste.
Misschien omdat we ook paardenhuiden binnenkregen. Zeker in die tijd werden nogal wat paarden geslacht en werd menige paardenbiefstuk verorberd. De huiden werden gesorteerd in verschillenden maten (1.40 m en kleiner, 1.40 - 1.60 m, 1.60 -1.80, 1.80 - 2m enz). Paardenhuid is de enige leersoort waar praktisch geen rek op zit. Dit werd dan ook veelal gebruikt voor orthopedisch leer. Op die manier werd voorkomen dat er overal kunstledematen plotseling bleven staan of liggen doordat er te veel rek op de leren riempjes stond. In Japan en de USA werden veel paardenhuiden verwerkt tot honkballen omdat alleen dit leer ervoor zorgde dat de ballen rond bleven na elke home-run.
Paardenleer looiers waren er bijna alleen nog maar in Italïe en in Japan. Eind jaren vijftig en in de jaren zestig waren er nog geen heftrucks, alle huiden werden met de hand gestapeld en op vrachtwagens geladen. Een beetje zware stierenhuid kon gezouten en wel tot 40 kilo wegen. Maar ook hier was de vooruitgang niet tegen te houden. Mijn vader schafte een elektrische transportband aan waardoor de huiden vanzelf naar boven gleden en met de hand getast werden. Sommige van onze mensen weigerden in eerste instantie de band te gebruiken, ze vonden dat elektrische gedoe maar eng.
In principe werd in die tijd alle stukgoed nog met de hand verplaatst. Werkgelegenheid was dan ook geen item waar het parlement zich op stuk kon bijten. Ook het zout kwam in zakken van vijftig kilo en werd handmatig van de vrachtwagen gehaald.
Met de vrachtwagen werden de huiden dan naar de looierij in Brabant vervoerd of naar het goederenemplacement van de NS in Zevenbergen. Daar werden de huiden weer met de hand in de wagon getast. In mijn volgende blog zal ik daar nog een anecdote over vertellen. Mijn tijd zit er weer op.
Ik wens eenieder die de moeite neemt dit te lezen nog een prettige zondag.

De groeten
Kees


Bezopen

Toch triest dat je nog geen vijf minuten rust krijgt als blogger. Dat is exact de tijd dat je als meest recente blog boven aan kunt staan. Ik verschiet daarom nog maar even mijn kruit voor morgen. Het is natuurlijk kikken wanneer je nog wat langer boven in hangt. Ik kom ook tot de ontdekking dat er weer zoveel boven komt aan herinneringen dat ik toch niet zonder tekst kom (sommigen onder u zullen verzuchten: jammer nou). Maar laat mij maar zijn als die roepende in de woestijn, ik voel me daar prima bij.

De anecdote die past bij het het laden van onze koeienvellen in treinwagons is de volgende. Mijn vader beschikte over een vrachtwagen en die werd aan de Koekoeksedijk volgeladen met de hand. Daarna reed deze naar het spoorwegstation in Zevenbergen. Een man of vijf op de fiets volgden de wagen en losten deze met de hand in de wagon. De wagen keerde terug naar de dijk en deze werd weer met de hand vol geladen. De boys op het station gingen dan maar even een kop koffie halen in het café tegenover het station. Wanneer er drie of vier wagons geladen moesten worden kon je natuurlijk niet heel de dag koffie drinken. Dat is slecht voor de mens. Rond de middag werd dan maar een pilske gepakt, het was ook vaak warm in zo´n wagon en het verloren lichaamsvocht moest aangevuld worden nietwaar.
In eerste instantie lagen de huiden netjes in rechte rijen op en achter elkaar. Het vreemde was dat later op de dag die rijen steeds slordiger werden.
Op een gegeven moment kwam er zelfs een telex uit Hongarije van de centrale inkooporganisatie Bivimpex of de wagons die s´middags geladen werden niet door de dezelfde ploeg mensen geladen kon worden als die van s´morgens. Ze vonden toch echt wel dat die veel beter konden tassen.
U begrijpt wel dat er erg veel animo voor de stationsploeg was. Er zijn in die tijd ook praktisch geen ongelukken gebeurd tijdens het naar huis fietsen. De echtgenotes thuis waren af en toe niet zo blij dat wij steeds meer vervoer per spoor gingen doen. Wie er uitermate blij mee was .... de kastelein.
Hij is ook vervroegd met pensioen gegaan om die reden. Ik ben druk bezig om foto´s te gaan scannen zodat al mijn gezwets verluchtigd kan worden met beelden.
Nogmaals audoe
Kees


op staande voet ontslagen

Alles wat huid en vel was werd in de jaren vijftig en zestig per kilo gekocht. Ik zal hier heel duidelijk over zijn. Zoals elke slager, papierhandelaar, aardappelboer etc probeerden ook elke huidenboer/handelaar zoveel mogelijk kilo´s zout als huid te factureren. Een kilo zout kostte hfl. 0,03 per kilo en een netto kilo huid bracht soms wel hfl 4,-- per kilo op gemiddeld.
De looier of klant probeerde uiteraard zoveel mogelijk aftrek te krijgen voor aanhangend zout, mest en poten/klauwen en/of kop. Op zijn beurt probeerde de looier weer zijn zoolleer, dat ook per kilo verkocht werd, te verzwaren op alle mogelijke manieren.
Het was eigenlijk een soort spel waaraan iedereen vol overgave meedeed. Wanneer de wereldmarkt voor huiden zakte kon een looier door extreem scherp te zijn op de na te kijken kwaliteit de aankoopprijs, die contractueel vast lag, zoveel mogelijk omlaag zien te krijgen.
Hierin zijn tal van anecdotes waarmee ik u toch de komende tijd wil vervelen. In die jaren vijftig werd nog gewogen op een ouderwetse bascule waarbij op een plateautje voor de schaal losse gewichten werden geladen. Er konden een 20-tal huiden gewogen worden waarna met
ronde koperen gewichten van 1 kg, 5 kg, 1 ons etc het juiste gewicht werd bepaald. Ooit hadden we een ontzettende vervelende ontvanger van een Franse looier die heel dicht naast mijn oom bleef staan aan de schrijftafel om te controleren of die alles netjes opschreef.
Wat hij niet in de gaten had was dat mijn oom een los kilogewicht in de zak had van zijn overall.
Die stopte hij wanneer de schaal vol lag ongezien telkens even tussen de huiden. Ach dat scheelde een kilo en op 100 keer wegen was
dat toch 100 kilo.
Dat compenseerde net de koppijn die hij kreeg van die vent. Helaas was het zo dat de zak van zijn overall enigszins uitgescheurd was en het ergste gebeurde. Het gewicht viel door de bodem heen en landde precies op de wreef van de Fransoos.
Ik heb als kind zijnde al goed leren vloeken in het Frans door dit soort voorvallen. De man was zeer verontwaardigd en eiste dat het crapule er uit vloog.
Mijn vader kwam binnengestormd en vertelde de man dat deze werknemer geheel op eigen initiatief werkte. Hij gaf mijn oom een knipoog en wees hem zeer theatraal op de deuropening. Allez, vort, ge bent ontslagen op staande voet. Zo gaan wij niet met klanten om¨
De dag erop kwam oom weer fluitend door de voordeur binnen. Op zijn overaal zat een nieuwe zak gestikt, nu met heel dik draad. De Fransoos was uiteraard niet meer aanwezig.
Ach zo zijn er nog talloze verhalen maar daarover meer in een volgende aflevering.

P.S. (persoonlijk stuk) Weinig te melden buiten het feit dat TALPA het vel van de nu spreekwoordelijke mol verschoten schijnt te hebben voor ze hem gevangen hebben.
Af een toe eens een programma bekijkend is het mij duidelijk dat je mensen wel veel geld kunt betalen maar dat dat geen garantie is voor sprankelende t.v.
Onze Johnnie had eens moeten bedenken dat succes in programma´s bereikt werd bij de oude zenders door de combinaties van personen.
Ik vond Jack Spijkerman op zichzelf echt niet leuk vroeger maar ik keek speciaal voor het cabaret. Beau enz. vond ik alleen maar tot zijn recht komen met vlase nicht Albert. Linda kan en kon alleen maar de ideale schoondochter spelen en heeft nog nooit indruk op me gemaakt wat betreft uitstraling. Humor of grappig zijn is zeker haar stiel niet. Gordon en zijn maat zijn helemaal om te huilen.
Nee geef mij dan maar MAX met al die bejaardensex en voorlichting daarover. Het is fijn om vijftig-plusser te zijn. Het kan ook zijn dat ik me in zender of programma vergis.
Audoe
Kees



ou est l`abattoir s.v.p.

Zoals reeds eerder aangegeven was ¨ons vader¨ (je bent Brabander of niet) altijd op zoek naar het slachthuis. Geen vakantie kon voorbijgaan of we vonder er wel een. Want een slachthuis betekende huiden en dat was weer handel. Het voordeel van de jaren vijftig en zestig was dat er nog plaats ontstond voor huidenkopers. Er kwamen weer meer grossiers die hun beesten lieten slachten op het gemeentelijk abattoir. Er waren natuurlijk de grote firma´s (Kaufmann, Hollander, Transmarinde) en natuurlijk ook de Amsterdamsche Huidenclub. Deze laatste was een slagerscooperatie die hun eigen huiden innamen en op de markt brachten.
Het voordeel was dat op die manier de huiden nooit weg te pikken waren voor de neus van een con-cullega. Elke maand werden in eerste instantie op basis van de Rotterdamsche Huidenbeurs de prijzen van koeien, schapen, geiten, kalfs- en paardenhuiden vastgesteld.
Al snel verdween deze maandelijkse beurs maar in Duitsland, Frankrijk en België waren elke maand tot in de jaren negentig wel beurzen c.q. veilingen.
Uiteraard kon een beetje huidenboer verwijzen naar de prijzen die hier werden vastgesteld. Er werden dan de zout- c.q. verwerkingskosten afgehaald en eigenlijk had iedereen een goede boterham. Onze zaak in Zevenbergen kon door hard werken wel steeds meer plaats veroveren zonder dat de grote jongens het door hadden.
Een van de grootste slachthuizen was het gemeentelijke abattoir in Den Haag. Slachthuizen lagen van oudsher in het midden van elke stad, op die manier konden de lokale slagerijen met kleine vrachtwagenstjes bevoorraad worden.
Mochten ze nog bestaan dan zou U een Breugeliaans tafereel aanschouwen. Grote veewagens die rond 5 tot 6 uur s´morgens de letterlijke slachtoffers aanvoerden. Het Haagse slachthuis was gevestigd aan de Slachthuiskade in Zuid. Het personeel dat er werkte was overwegend van het slag Haagse Harry´s. Over het algemeen best wel gouden zielen en kleine hartjes maar voor een Brabants boertje was het best wel schrikken.
¨Zôô, Brabantse, kolêreboer, kommie ie effe un schoûwertje uitbééne¨
en meer van dat prachtige platte Hagenees. Met Oudjaar hadden ze de grootste lol vuurwerk tussen de poten van grote stieren te gooien.
Lââche jôh. Meestal dronk een echte slager s´morgens een stevige kop koffie met een pilsie er bij of een neutje. En dan werden op die dag zón 600 tot 700 runderen tot hapklare brokken verwerkt.
Op het slachthuis in Den Haag had elke huidenhandelaar een klein pakhuisje waar de huiden werden gezouten. Elke firma had een man rondlopen die als haviken in de gaten hielden wanneer hun huiden van de band vielen.
Alle runderen werden geslacht over de dezelfde band en wanneer de laatste koe van de ene grossier geslacht was en de huid over een ketting naar buiten rolde was het zaak deze in het juiste karretje te laten vallen. Onze Tinus de Bruin stond dan al gespannen klaar om onmiddelijk Jan van Kaufmann weg te duwen en zijn eerste huid te vangen. Ook Hollander reed rond en de Huidenclub. Iedereen stond voor zijn zaak en ze waren in staat om elkaar de hersens in te slaan wanneer toevallig een huid verkeerd viel.

Dit is deel een van het Haagse slachthuis want ik heb nog wel wat informatie die interessant is. Het p.s. schiet er bij in deze keer
Audoe
Kees



den haag II - waar ligt Mekka

Den Haag II ofwel Waar ligt Mekka.

Oh, oh Den Haag. Daar heeft zich aan de Slachthuiskade ook theater afgespeeld. Tegenwoordig zegt men dan: ¨Dat wil je niet weten.¨ Ik ga er van uit dat U als lezer het wel wilt weten. Zoals reeds vermeld hadden een aantal huidenhandelaren filialen in de vorm van kleine pakhuizen op het het terrein.
Het was een zoete inval, o.a. door de aanwezigheid van de noodslachtbank die een niet te verwaarlozen onderdeel was van het slachthuis. Hier werden zieke dieren en dieren die stierven bij aankomst alsnog geslacht. Ze mochten echter niet bij de overige runderen in de koelcellen hangen.
De slachting gebeurde in een achteraf gelegen hok. De ook reeds in de jaren zestig en zeventig aanwezige minima konden daar dan goedkoop aan hun vlees komen. Bij onze Tinus de Bruyn zag ik ook vaak Marokkanen, Tunesiers en Spanjaarden die daar de afgesneden stierenkloten kwamen halen. Deze kwamen als het ware vers van het beest. Vooral gestoofd schijnt het een lekkernij te zijn. Ook in Texas worden ze trouwens als lekkernij gepresenteerd onder de naam prairie oysters. Vandaar misschien dat Bush zo´n knauwerige manier van praten heeft. Die dingen lijken me erg taai.
Wij kregen als exporterende huidenhandelaar ook vaak buitenlandse delegaties op bezoek die graag wilden zien waar de huiden vandaan kwamen. Een van de mooiste verhalen is het bezoek van de eerste Iraanse delegaties die huiden kwamen kopen voor het Iran van de ayatollahs.
Voorwaarde was volgens de begeleidende mullah dat de beesten waarvan de huiden naar Iran gingen met de kop naar Mekka hallal werden geslacht. Mijn vader maakte met de voorman van de slachtploeg een deal dat de gebruikelijke islamitische voorslager enkele beesten in onze aanwezigheid de keel af zou snijden. Hij deed dit toch al enkele keren per week voor de islamitische slagerijen vaak geholpen door de joodse slager die daarna zijn beesten kosher slachtte. Dit gebeurd praktisch op dezelfde wijze, het doorsnijden met een zeer scherp mes van de keel en, zeer belangrijk, de gehele zenuwstreng in de nek. Het beest leed op die manier niet noemenswaard.
Aangekomen met onze Iranieërs werd enige tijd gediscussieërd waar Mekka lag, wij dachten in de richting van Voorburg. Eenmaal het beest met het hoofd die kant opgedraaid prevelde de voorslager het gebruikelijke gebed, sneed het beest snel de keel door en wachtte tot het karkas leeggebloed was.
Zo werden een drietal koeien geslacht totdat onze gasten, enigszins bleek rond de neus, lieten weten dat het tijd werd to start the negotiations. Mijn vader vertelde vol trots dat wij zo wel enkele duizenden koeien lieten slachten en dat niets levering aan Iran in de weg zou staan.
De clou was dat dezelfde show nog drie dagen werd opgevoerd door de andere huidenfirma´s zoals Hollander, Kaufmann en de Amsterdamsche Huidenclub. Echter het probleem was dat bij elke firma Mekka een andere kant op leek te liggen. Een dag werden de beesten geslacht met het hoofd richting Utrecht, dan weer Scheveningen en vervolgens weer richting Voorburg.
Ook deze heren vertelden hier trots dat op hun slachthuis alhier vele beesten hallal geslacht werden.
Aan het eind van de week zat ik alleen met de jongste Iranieër een kop koffie te drinken toen hij me met een knipoog vertelde: ¨Next time I buy all you Dutch traders a compass, then it will be much easier for you to establish the proper direction of Mekka.¨
De hele handel was natuurlijk een spel waarin iedereen zijn best deed om te voldoen aan elkaars wensen.

Ik zal de komende week niet bloggen. Ik ga een weekje op vakantie naar Schotland. Vissen en ook jagen. Dit zal beperkt zijn tot een tweetal herten die op aanwijzing van onze stalker geschoten worden. Hoewel ik schiet alleen de foto´s. Ik ben helaas nog een jager met het excuus: mijn opa deed het beroepshalve, mijn vader deed het en daarom blijf ik het nog doen zolang het kan.
Met respect voor het wild maar toch genieten van de jacht en de natuur. Dit roept misschien reacties op en deze zijn welkom uiteraard. Een goede discussie op niveau is een prima zaak, ik zit de hele week boven op een berg dus dat niveau haal ik zeker wel.
Audoe
Kees



Ook vrouwen schieten herten I

Een hele week in Schotland heeft een geweldige indruk op me gemaakt. Met je beste vrienden om je heen op een landgoed midden in de Highlands vertoeven is geweldig. Prachtig weer, een eigen meer voor de deur waarin je naar hartelust naar zalm en forel kan vissen, en een van de mooiste landschappen ter wereld om je heen.
Het feit dat ik niets gevangen heb was absoluut ondergeschikt aan het verkeren in de prachtige natuur. Een keer hebben we een gevangen forel omgewerkt tot een amuse voor de veertien aanwezigen. Werner (de visser) had trots aangekondigd dat de hele visvangst van die dag ter beschikking van de maaltijd werd gesteld. Iedereen maakte plaats voor een gebakken forel. Resultaat: iedereen een klein lepeltje mousse met hier en daar een flintertje vis.
Elke dag trokken mensen uit onze club met een hen toegewezen stalker de bergen in waar in een gebied zo groot als de provincie Utrecht honderden herten zwerven. Op aanwijzing van de stalker wordt dan na uren lopen, kruipen en sluipen zorgvuldig een hert geselecteerd voor het afschot. Vaak één kans dus ook slechts één kogel. De herten zijn ofwel 7 tot 8 jaar oud ofwel kunnen ze fysiek de strijd om hun roedel met jongere concurrenten niet meer aan.
Ons gezelschap heeft een aantal herten geschoten allemaal met slechts een schot resulterend in een snelle dood. De beesten worden op de helling ontweidt wat inhoud dat de maaginhoud (darmen etc) voor de talloze vossen, buizerds en andere dieren achterblijft.
Het hert wordt dan met veel zwaar sjouwwerk richting dal gehaald alwaar het ofwel op de rug van een pony opgehaald wordt ofwel in een terreinwagentje geladen wordt. Op het estate is een wildhok waar gezamenlijk het hert verder ontdaan wordt van organen en resterende ingewanden. Hier blijft het een aantal dagen besterven voor het door de vleesverwerker c.q. poulier opgehaald wordt. Altijd wordt met een glas whiskey een toast uitgebracht op het dier.
Door deze jacht worden jonge herten in staat gesteld de roedels met hinden op te splitsen en over te nemen. Er komt weer nieuw bloed in de groep en het blijkt uit de onverminderde aanwezigheid van dezelfde aantallen herten dat hier sprake is van goed beheer.
De jager betaalt voor het afschot en mag als enige beloning het gewei meenemen. Uit de opbrengsten worden de stalkers betaald en de kosten van het wildbeheer bestreden.
Ik heb al aangegeven dat jagen iets is wat zeker in deze omgeving heel natuurlijk is waarmee het grootste gedeelte van de Schotten geen enkele moeite heeft. In Nederland ontmoeten we altijd meer weerstand tegen onze passie.
Veel mensen willen graag hun stukjes voorverpakt vlees bij AH of Dirk halen maar willen niet weten dat ze van een beest afkomstig zijn. Elke link met het feit dat er een bio-koe of bio-varken heeft moeten sneuvelen voor de biefstuk of het varkenslapje wordt weggestopt. Kinderen wordt verteld dat hun bal of lapje uit de vleesfabriek komt.
Ik verwerk in mijn atelier nogal wat leer in mijn handgemaakte meubels en moet kinderen vaak vertellen dat ik nepleer verwerk. Ik ben dan door hun ouders vooraf telefonisch geinstrueerd. ¨Mijn zoon (of dochter) zit in groep 6 en hun juf heeft ervoor gezorgd dat de helft van de klas plotseling vegetariër geworden is. Ze heeft allerlei enge verhalen verteld over zielige koetjes, kalfjes en schaapjes.
Oh ja, Jan des Bouvrie zegt dat je helemaal meetelt wanneer je echte koeienhuiden in je meubels verwerkt. Mochten we dat ook willen wilt U dan zeggen dat de huiden uit de koeienhuidenfabriek komen¨.
Ach, ieder mag van mij zijn mening hebben maar laten we niet om zaken heendraaien. Humor helpt in dezen ook wel eens. Bij het zien van een heel mooi kleed gemaakt uit konijnenbont zei een bezoekend meisje van een jaar of negen vertederd tegen haar vader:¨Kijk papa, dat lijkt onze Flappie wel!.¨ Hierop merkte mijn vrouw fijntjes op: ¨Nee, jongedame, dat zijn wel honderd Flappies¨. Kind net niet in tranen en pa moest stikken van het lachen zijn hoofd enige tijd omgedraaid houden. Vaak leg ik kinderen echter rustig uit wat er aan de hand is en tonen ze begrip voor het feit dat de mensheid nu eenmaal dieren slacht mits er dan maar niets verspilt wordt en alles van het dier zo goed mogelijk benut wordt.

U zult nu al lezende opmerken wat dit alles te maken heeft met de titel ¨Vrouwen schieten ook herten¨. Welnu dat ga ik U uitleggen in het volgende deel van mijn blog. Alles wat ik hier geschreven heb heeft te maken met vooroordelen die vaak gebaseerd zijn op onwetendheid.
Het heeft ook te maken met iets wat tot nu toe als een zeer mannelijke aangelegenheid bekend stond en wel: de jacht en zijn tradities.
En zoals U zult lezen, tradities zijn er ook om doorbroken te worden.

Tot binnenkort met deel II (misschien vanavond al wel)

Kees


Ook vrouwen schieten herten II

Uiteraard reacties op mijn laatste blog. Een schrijver is het niet eens met mijn uitleg over de redenen of het nut van het jagen in Schotland. Zijn (of haar) argumenten zijn weldoordacht en gelden voor hem of haar als absolute waarheid. Het is nu eenmaal zo dat voor- en tegenstanders elkaar eeuwig met hun onwrikbare argumenten om de oren kunnen blijven slaan. Zoals de Engelsen zo mooi zeggen: Never the twain shall meet.
Hoewel ik best van gedachten wil wisselen en mezelf niet verschuil achter een pseudoniem kan ik helaas niet antwoorden wanneer e-mails naamloos blijven. Zolang er wild gegeten wordt en dit door een meerderheid van zowel een Schots, Engels of Nederlands parlement geaccepteerd wordt durf ik een discussie over het jagen aan. Overtuigen wil ik niemand, overtuiging is het wel waarmee ik jaag.
De kranten van de laatste week doorlezend viel mijn oog op een column over de Amerikaanse marine. Deze heeft inmiddels al zoveel vrouwelijke officieren in zijn gelederen dat Arabische vissers in de Rode Zee die door schepen aangehouden worden vragen of ze alsjeblieft door een man toegesproken kunnen worden. Het is tegen hun cultuur om bevelen van een vrouwenstem op te volgen. Sommigen denken dat er hele schepen alleen door vrouwen bemand (of is het bevrouwd) worden. Typisch een voorbeeld van een macho-bastion dat geslecht is of wordt door de vrouw.
Ik geef het ronduit toe dat in de jacht mannen de boventoon voeren. Af en toe zie je in Nederland wel eens een vrouw die actief is in de jacht. Jagen op herten met kogelgeweren is echter een zeldzaamheid. In ons gezelschap van afgelopen week was ook de zus aanwezig van mijn jachtmaat en vriend Henk. Ook hij was in zijn familie de enige die de traditie van pa voortzette door te blijven jagen. Zijn broer en twee zussen en mijn broer en zus vonden het prima maar toonden geen interesse in deelname in de jachtactiviteiten zoals Henk en ik dat doen.
Bij aankomst in Ullapool hoorden wij van de reeds aanwezige club dat de zus van Henk hoogstwaarschijnlijk een hert wilde schieten. Waarop zijn opmerking volgde: ¨Vrouwen schieten geen herten¨. Het had ongeveer dezelfde lading als de titel: Vrouwen komen van Venus en mannen van Mars.
En toch moest hij zijn mening herzien. Onverstoorbaar nam Adje deel aan het inschieten in de steengroeve, onverstoorbaar trok zij met de stalker de bergen in en na een zeer lange dag keerde zij met haar hert terug. Kenny en Duncan gaven aan dat het een ¨very professional and accurate shot¨ was geweest, Adje gaf zelf aan geen moment getwijfeld te hebben.
Het bleek het eerste hert te zijn geschoten door een vrouw daar in de Schotse Highlands en ook hier blijkt dat tradities er zijn om doorbroken te worden.

Waarom ik zo vertel ik zo uitgebreid over de laatste week? Omdat het een prachtige week was en ik er een zeer goed gevoel over heb. Ook de uitreiking van de wisseltrofee ¨for the most remarkable moment¨ door Duncan was zoals hij moest zijn!! (voor insiders).
Tevens heb ik de opmerking:¨ vrouwen schieten geen herten¨ naar voren gehaald omdat ook van de huidenhandel gezegd kan worden: ¨vrouwen handelen niet in huiden¨. Als ik inderdaad alle firma´s na ga die de afgelopen vijftig jaar actief waren in de huidenhandel dan kan ik niet één vrouw noemen die actief was in de handel.
Kijken we in de vleeswereld dan zijn er naar mijn weten weinig of geen vrouwelijke grossiers actief laat staan vrouwelijke slagers. Dit moet ik echter beperken tot West-Europa, op mijn reizen door Oost-Europese landen en zeker in Rusland heb ik vaak vrouwen aan de slachtlijn zien staan. Tevens werden huiden geklopt, gesorteerd en gesneden in allerlei magazijnen in de Sovjet-Unie door het zogenaamde zwakke geslacht.
De internationale handel echter zoals die gepleegd werd vanuit de grote handelshuizen in Rotterdam, Londen en New York had weinig of geen vrouwelijke inbreng. Wel zien we een duidelijk verschil tussen de kleinere familiebedrijven die er bijvoorbeeld waren in Nederland en de grote handelshuizen. Om te beginnen wil ik een aantal namen noemen uit de in eerste instantie kleine handel zoals Bralten in Meppel, de Leeuw in Winterswijk, van Buren in Leeuwarden, Olieslagers in Son, Manders in Cuijk, Couwenbergh in Oudenbosch, de Clerq in Roosendaal. Sommigen zijn groot geworden, anderen zijn verdwenen. Er zijn zeer markante figuren geweest die de handel opfleurden zoals Jan Bonteman ofwel De Speen. Als kind zag ik hem binnenkomen, grote sigaar in de mond, grote hoed en stok in de hand. Altijd gekleed in een grote overjas en de voor mij onbegrijpelijke begroeting van mijn vader:¨ Kom hier lekkere knul dan krijg je een kus.¨ Ik wist toen al wel bijna zeker dat mijn vader niet graag door mannen gekust werd.
Ook heb ik lang gedacht dat onze kleine toeleverancier in St. Jansteen (Zeeuwsch Vlaanderen) echt ¨potje koffie¨heette. Onze chauffeurs hadden het altijd over het feit dat ze weer bij potje koffie hadden geladen. Later bleek hij gewoon Ruudje Schelfhout te heten die iedereen met hoge stem begroette met ¨potje koffie, manne¨.
Na het potje werden dan de huiden op het vrachtwagentje geladen zowel gezouten huiden als verse. Afdekken met een zeil was in die tijd niet nodig en zo werd de vrachtauto op de pont naast de touristenbus gezet. Wanneer ik later in de vakantie zelf met mijn bloederige last op de pont stond vond ik het altijd zo vreemd dat de vrolijke busreizigers naast me van het ene moment op het andere zo zeeziek werden van het korte reisje van Kruiningen naar Perkpolder.

Deze week meer over de kleine en grote jongens in de handel.
Audoe
Kees



kom hier, vent, dan krijg je een kus

Aldus de geregelde uitspraak van onze Jan Bonteman, ofwel de Speen. Een imposante koopman zoals in mijn vorige blog beschreven. Ik herinner me hem eind jaren vijftig, misschien begin jaren zestig.
Ergens in de polder van Gelderland aan de rivier had hij zijn huidenmagazijn waar hij de lokale slagerhuiden inzamelde.
Mijn vader zag hem altijd op de veemarkt in Den Bosch. Aan het einde van de maand ging pa daar weer de nieuwe prijzen met zijn grossiers doorspreken voor de huiden. De veemarkt bleef hem toch trekken omdat hij daar in het prille begin zijn konijnenvellen kocht en verkocht en deze op zijn bakfiets weer naar Rode Vaart reed.
Ook Jan hoorde tot de vaste bezoekers en vaak werden dan de week daarop de koeien- en stierenhuiden opgehaald. Mijn ome Kees ervoer dat het oppassen geblazen was. Iedereen in de huidenhandel probeerde wel eens wat voordeel te halen uit het feit dat een koper niet goed oplette. Op een dag werden de huiden een voor een op ons vrachtwagentje gegooid.
Zowel de man van de Speen als mijn oom telden hardop de huiden. Mijn oom wist dat de wagen vol was bij 400 stuks. Na een tijdje viel het hem op dat de wagen slechts zeer langzaam vol leek te raken en besloot de zaak eens goed in de gaten te houden. Een paar keer keek hij nadat hij een huid op de wagen had gegooid snel onder de wagen door.
Tot zijn verrassing zag hij twee benen aan de andere kant die weer snel uit het zicht verdwenen. Toen hij dat zag sprong hij, onmiddelijk nadat hij weer een huid op de wagen had gegooid, er achteraan en betrapte een mannetje die blijkbaar regelmatig een huid weer van de wagen had afgehaald.
Bij het overtellen bleek het z´on vijf procent te zijn geweest. Jan verdedigde zich met de verklaring dat het een soort eindcontrole was waarbij de man opdracht had huiden die te droog waren alsnog terug te pakken.
Jan verklaarde met de hand op zijn hart dat het nooit de bedoeling was om foute zaken uit te halen. Toen hij besloot met:¨Kom hier dan krijgde un kus, vent.!¨besloot mijn oom hem maar gauw te geloven.

Volgende keer weer wat anders uiteraard.
Audoe
Kees



If I had a hammer

Hier zijn we weer. Allereerst wil ik melding maken een opmerkelijk objectief verhaal over het jagen in de bijlage van de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Dat is nou precies hoe ik onze manier van jagen beleef. Van opa op vader op zoon. Met uiteraard patjepeeënde statusjagers, cowboys en de hoeveel-ik-er-wel-niet-geschoten heb types als negatieve uitwassen in de jacht. Maar ik kan alle anti-jagers verzekeren dat de onuitgesproken regels van de weidelijkheid ervoor zorgen dat dit soort types weinig uitnodigingen krijgen.

Maar laat ik maar eens een paar verhalen schrijven over mijn huidenleven. Onze zaak aan de Koekoeksedijk in de jaren zestig groeide verder. Wij woonden naast het magazijn en mijn moeder stond vaak aan de schrijftafel de gewichten op te schrijven van de huiden die gewogen werden. Zelfs toen ze zwanger was van zowel mijn broertje als mijn zusje werd ze regelmatig ingeschakeld. De huiden lagen ook vaak tegen de buitenmuren van het pakhuis opgestapeld, weliswaar afgedekt met zeilen maar toch nog lekker ruikend.
Het was in die tijd de gewoonte van veel looiers hun ontvangers te sturen die stuk voor stuk alle huiden controleerden die door hun bazen waren gekocht. Dit waren looiers uit Rijen, Dongen of Waalwijk maar ook steeds meer uit België.
Gingen de wereldmarktprijzen van de huiden omhoog dan ging de overname soepel en werd nogal eens een huid met vilsneden of gaten meegenomen. Elke huid was voor de looier van belang wanneer de prijzen inmiddels 10 tot 20% gestegen waren. Wanneer de markt omlaag ging dan werden de ontvangers streng geinstrueerd niets te accepteren wat niet door de beugel kon. Omdat de huidenhandelaar nooit geld kon claimen bij de vleesgrossier omdat er altijd wel een con-cullega op de loer lag de huiden in te pikken kon een lastige ontvanger nogal wat schade doen.
Zaak was dan om toch in ieder geval een beetje te sjoemelen met het wegen of proberen wat ondersoorten op te mengen. De looiers op hun beurt deden hetzelfde wanneer hun zoolleer, dat ook per kilo werd verkocht, moest worden afgeleverd. Een bekende verkoopkreet in die tijd was:¨Gegarandeerd onverzwaard zoolleer¨ Een van de mooiste anekdotes over het gewicht van huiden is wel het verhaal van Hoekman senior op het slachthuis in Amsterdam. Daar werden regelmatig zware Hongaarse stieren geslacht en die hadden zeker in de winter een dikke vacht. De vader van Christje Hoekman, die later onze filiaalhouder werd, vulde dan een emmer met heel fijn zand en veegde die met een stugge bezem lekker vast in de haren van de koeienhuid. Elke huid werd op die manier een kilo of twee zwaarder en aangezien een kilo zand nog geen cent kostte en een kilo huid een gulden of drie was het een beste investering. De looier vond wel dat die mooie huiden uit Amsterdam een slecht rendement opleverden.
De ontvangers die bij ons over kwamen nemen werden tussen de middag altijd uitgenodigd om met ons gezin mee te eten. Vaak kregen ze er een borreltje bij en zodoende zagen ze s´middags wel eens een gat of een schurftnek door de vingers.
Sommigen van hen hadden een hamer met daarin verwisselbare letters of cijfers. Elke huid of kroupon (vierkant gesneden rugstuk) werd op die manier gemerkt en na het looien konden ze precies zien van welke leverancier het ruwe materiaal was geweest. De grootste sport was natuurlijk om de hamer stiekem even weg te halen en de lokale smid even een kopietje te laten maken van het partijnummer. Dat gebeurde vaak tijdens de koffiepauze of lunch. Na het vertrek van de ontvangen werden dan alsnog een aantal afgekeurde huiden of kroupons door pa en consorten nagehamerd en verladen met de rest. Het ging hier weer vaak om een paar procent om nog enigszins een sluitende kalkulatie te krijgen. Zeker wanneer dezelfde huiden in een nieuwe kontrakt 20% meer op zouden brengen kon de schade op die manier nog enigszins beperkt worden gehouden.
Omdat ik op zevenjarige leeftijd (1960) altijd al in het pakhuis rondscharrelde vroeg pa me wel eens de hamers van de ontvangers te jatten. Een spelend kind bedoelde daar toch geen kwaad mee. Een van de meest regelmatige ontvangers uit die tijd was meneer Bierens van Tannerie Utammo uit Malmedy, een van de grootste looierijen in Europa in die jaren.
Hij was dermate correct dat er eigenlijk nooit gesjoemeld werd met gewichten of sortiment. Maar aangezien ik hamers jatten leuk vond deed ik dat ook bij hem regelmatig. Wanner hij me betrapte of zijn hamer miste dan kon hij prachtig toneelspelen en alleen wanneer hij zogenaamd begon te huilen kroop ik achter mijn stapel huiden vandaan met zijn hamer. Ik heb hem in 1984 nog eens opgezocht in Malmedy lang na zijn pensionering en het was prachtig toen ik als volwassen 31-jarige onverwacht voor zijn neus stond. Hij keek me twee tellen aan en zei toen: ¨Ach der kleine Bandit, das ist schön, das du den alten Bierens noch mal besuchst.¨ Hij had me dacht ik voor het laatst gezien toen ik 10 was.
Tijdens een lang bezoek met koffie en een cognacje hebben we nog lang zitten kletsen. Ik heb toen als cadeau zijn sorteerhamer gekregen en zijn sorteermes, deze hangen nog steeds ergens in mijn atelier.
Dit was weer genoeg voor vanavond.
Audoe en de groeten
Kees


A place to hide

Ik ga er maar eens even goed tegenaan zodat het aantal blogs wat ik geschreven heb weer een beetje op niveau komt. Ik heb in het vorige blog nog enkele verhalen verteld over het wegen van huiden. Een sterk maar waar gebeurd verhaal is dat van een verkoper van een Rotterdamse firma die door een Italiaanse klant ter verantwoording werd geroepen. De gewichten van een wagen met huiden klopten van geen kanten. In de jaren zeventig werden de huiden al op pallets verladen en de in totaal twintig pallets werden op een grote bascule gewogen. Deze was ingebouwd in de grond met een grote klokschaal erachter. De heftruck plaatste telkens een pallet op het weeggedeelte dat verzonken lag in de betonnen bodem.
Van geen enkele pallet klopte het gewicht. De Italiaanse schaal gaf zeker 200 kilo per pallet minder aan. Onze Nederlandse vriend ging eens op de schaal staan en deze gaf het vertrouwde gewicht van z´on negentig kilo aan. Dat klopte met hetgeen hij thuis op de schaal woog en toch wist hij zeker dat ze deze keer de correcte gewichten hadden verstuurd. Op een gegeven moment hoorde hij iemand vlakbij hoesten terwijl hij zeker wist dat er niemand bij hem in de buurt was. Toen hij het geluid nog een keer hoorde en een vermoeden had waar het vandaan kwam trapte hij zogenaamd per ongeluk een emmer water om die naast de schaal stond.
Op dat moment hoorde hij een ondergronds getier van jewelste: ¨Porco dio, dio cane, chemo, cretino¨ en hoewel hij geen toegang tot het ondergrondse gedeelte kon vinden wist hij zeker dat er iemand onder het weegplateau moest zitten. Hij liep snel het gebouw uit en jawel,ter hoogte van de weegschaal zat er een klein deurtje in de muur van het gebouw.
Toen hij het opende kwam er een drijfnatte, verkouden Italiaan naar buiten gekropen die hem vriendelijk toelachtte. Hij wist meteen dat dit degene was die de gewichten van de schaal een beetje tegenhield op het moment dat er een pallet huiden op werd gezet. Wanneer er iemand gewoon op de schaal ging staan ter controle dan deed hij uiteraard niets.
De directie verzekerde hem dat deze persoon gewoon een onderhoudsmonteur was die regelmatig de schaal controleerde en de rioleringen. Natuurlijk zouden ze het niet in hun hoofd halen ooit iets met gewichten uit te halen. Ze vonden overigens dat het gewichtsverlies van de huiden misschien wel met de ¨o sole mio italiano¨te maken kon hebben. Uitdroging tijdens de opslag bij de looierij was wel de logische verklaring. Ze zagen af van een gewichtsclaim en vonden het beter maar eens lekker te gaan lunchen.

Arriverderci amici
Kees


Volgend artikel in dit blog

5reacties Volg reacties met RSS   aanbevelen Waarschuw de redactie Je moet inloggen om het bericht in een van je groepen onder te brengen Attendeer je vrienden Delen op nujij.nl Delen op ekudos.nl Delen op del.icio.us
Avatar van Bas van Rooij Bas van Rooij 15-02-2006 21:56
beste Kees
ik vind het mooi je verhalen te lezen en te horen van de belevenissen van je vader en jezelf in de huidenhandel. ik handel zelf ook in huiden, met name in gelooide , als uit de hand gelopen hobby.
ik koop zo nu en dan ruwe huiden van slachthuizen of handelaren om zelf te laten looien.
ik ben nog benieuwd wat voor een meubels je zoal bekleed.

groeten en bedankt

Bas
Avatar van w.schram w.schram 05-01-2007 21:35
schitterend verhaal heb van 1962-1963 gewerkt bij ahc
1963-1975 bij hollander (frans tillard)(george
de nijs) (egbars)
1975-2005 bij de oukro apeldoorn assistent van
frits asmussen




Avatar van a.bouma a.bouma 09-05-2007 21:07
vang veel mollen en heb het verhaal gelezen van de huidenhandel ik vond het schitterend verhaal je moet nu zoeken om een vel te verkopen heb wel 2.50 voor een mollenvel gekregen waar vind je nu nog die de mollenvellen kopen

Avatar van IVO BLOCK IVO BLOCK 18-08-2007 12:57
fijne verhalen !!
Avatar van steven Chu steven Chu 24-07-2008 20:38


Reactie is geredigeerd

Inloggen is verplicht om je commentaar achter te laten.

Profielfoto   Huidenkoper

Huidenkoper

  • Niet verplicht
  • Je boodschap moet minstens 5 en hoogstens 1500 tekens bevatten
  •  
    Please type this word backwards: agum

Links

Groepen

Favorieten van Huidenkoper

Laatste reacties

persona

Interesseert het iemand?
steven Chu: Reactie is geredigeerd

persona

Interesseert het iemand?
IVO BLOCK: fijne verhalen !!

persona

Interesseert het iemand?
a.bouma: vang veel mollen en heb het verhaal gelezen van de …

persona

Interesseert het iemand?
w.schram: schitterend verhaal heb van 1962-1963 gewerkt bij ahc 1963-1975 bij hollander …

persona

Koppen in een houten vat
STRUYVE G. H.: zeer goed

Archief / RSS

Bekijk het hele archief van Huidenkoper, of klik op een van de jaren hieronder om een deel van het archief te ontsluiten.

2005

Zoek in het archief



Zoeken

Abonnementen

Alle blogs rss google netvibes
Deze gebruiker rss google netvibes

Statistieken

TelMiep
  •  
    Please type this word backwards: utez