WILLEMSTAD/DEN HAAG — Het aanpassen van een eenmaal aangenomen Staatsregeling, de nieuwe ‘grondwet’ voor in dit geval Curaçao, is geen eenvoudige zaak. Dat blijkt bij navraag van de Amigoe bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Den Haag.
Niet alleen moet er straks in de nieuwe Staten van Curaçao altijd een tweederde meerderheid voor de wijzigingsvoorstellen zijn, ook de Rijksministerraad zal met de veranderingen moeten instemmen.
In Den Haag wordt gesteld dat het eventueel aanpassen en wijzigen van de Staatsregeling in eerste instantie natuurlijk een zaak van het eiland is als de nieuwe staatkundige constellatie een feit is, maar dat het Statuut voorziet in een aantal garanties om een grondwet niet zo maar even aan te passen. Daarvoor is het belang van een grondwet immers veel te groot.
De gang van zaken op Curaçao met de intentieverklaring van de drie partijen MFK, PS en MAN om tot een nieuw Bestuurscollege (en straks de eerste regering van het land) te komen, en de inmiddels tussen de partijen gemaakte afspraak een proces te starten dat in een nieuwe Staatsregeling moet uitmonden, wordt in Den Haag met belangstelling gevolgd. Zoals dat ook met de voor zaterdag geplande vergadering van de nieuw gekozen Eilandsraad en de stemming over de op het ogenblik voorliggende concept-Staatsregeling het geval is.
Dat de concept-Staatsregeling zaterdag met een gewone meerderheid kan worden aangenomen, is overigens een uitzondering. Omdat een land niet zonder grondwet kan, is voor deze bijzondere situatie – het gaat om de eerste Staatsregeling – in het gewijzigde Statuut bepaald dat een gewone meerderheid in tweede instantie en na nieuwe verkiezingen volstaat. Op deze wijze wordt voorkomen dat het proces om te komen tot een Staatsregeling tot in lengte van jaren kan voortduren, omdat er geen tweederde meerderheid kan worden gevonden. Voor een eenmaal vastgestelde Staatsregeling geldt echter dat deze alleen maar met die tweederde meerderheid kan worden gewijzigd.
Zonder Staatsregeling geen RTC
Vaststaat dat er hoe dan ook een Staatsregeling moet zijn om het staatkundig veranderingsproces doorgang te laten vinden. Alleen dan is het zinnig om op 9 september in Den Haag de afsluitende Ronde Tafel Conferentie door te laten gaan, waarna op 10-10-‘10 de ontmanteling van de Nederlandse Antillen een feit kan zijn, terwijl ook de vorming van de nieuwe landen Curaçao en St. Maarten en de BES-eilanden als openbare lichamen (soort gemeenten) van Nederland verder kan gaan. “Zonder Staatsregeling geen RTC”, heeft de Nederlandse minister-president Jan-Peter Balkenende de afgelopen dagen tijdens zijn bezoek aan St. Maarten, Curaçao en Aruba ook duidelijk gemaakt aan zijn gesprekspartners. Een start van een nieuw land zonder grondwet is en wordt ‘niet zinnig’ genoemd.
Met de eventuele steun van de MFK van Gerrit Schotte, die in de verkiezingsperiode heeft aangegeven ondanks een aantal bezwaren vóór de Staatsregeling te zullen stemmen – iets wat met de tussen de drie beoogde coalitiepartijen afgesproken vrijheid bij de stemming zaterdag over de concept-Staatsregeling tot de mogelijkheden behoort – en het vóórstemmen van de PAR is er in de nieuwe Eilandsraad een ruime meerderheid voor de regeling en is de laatste horde op weg naar de RTC genomen.
Aanpassen en wijzigen van de dan vanaf 10-10-‘10 geldende Staatsregeling is, als de door MFK, PS en MAN in te stellen commissie tot die conclusie komt (en gezien de uitspraken van de leiders van MFK, Gerrit Schotte, PS, Helmin Wiels, en de MAN, Charles Cooper, ligt dat voor de hand) daarna altijd mogelijk, maar niet eenvoudig. Ten eerste zal er dan in de nieuwe Staten van Curaçao de noodzakelijke tweederde meerderheid voor moeten worden gevonden. Lukt dat niet dan kunnen partijen het daarbij laten of zijn nieuwe verkiezingen het alternatief. Die nieuwe verkiezingen zijn dan evenwel niet – zoals nu op Curaçao is gebeurd – verplicht.
Maar zelfs als de Curaçaose Staten zich met tweederde meerderheid (14 van de 21 zetels; de beoogde coalitie komt slechts tot 11) voor de wijzingen uitspreekt, zijn die veranderingen nog geen feit. De Rijksministerraad in Den Haag heeft in een aantal met name genoemde zaken (zoals mensenrechten, rechtsstatelijkheid, rechtsorde, etcetera) dan het laatste woord en dient zich in twee termijnen over de voorgestelde wijzigingen uit te spreken. In eerste instantie geeft de raad haar gevoelens weer en stelt zo het land Curaçao in staat de tekst eventueel aan te passen om de noodzakelijke instemming te verkrijgen. In die Rijksministerraad zitten straks overigens wel in plaats van de gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen de gevolmachtigde ministers van de nieuwe landen Curaçaos en St. Maarten, naast die van Aruba. Maar die hebben getalsmatig met z’n drieën een onderliggende positie.